ECLI:NL:PHR:2012:BW7951
Parket bij de Hoge Raad
- Rechtspraak.nl
Verwerping bewijsverweer bij geweldpleging in vereniging in Zandvoort
Verdachte werd door het Hof Amsterdam veroordeeld wegens openlijke geweldpleging in vereniging tegen een slachtoffer op 1 januari 2008 in Zandvoort. Hoewel het slachtoffer en een getuige aanvankelijk een andere dader noemden, werden hun verklaringen inconsistent en onbetrouwbaar bevonden. Medeverdachte en andere getuigen bevestigden de betrokkenheid van verdachte bij het geweld.
Het Hof achtte het bewijs wettig en overtuigend, mede gebaseerd op eigen waarneming van het signalement van verdachte tijdens de terechtzitting. Verdachte voerde cassatie aan tegen de bewezenverklaring, stellende dat het Hof zich baseerde op gegevens die niet uit wettige bewijsmiddelen blijken.
De Hoge Raad overwoog dat feiten en omstandigheden die uitsluitend dienen om een bewijsverweer te weerleggen niet altijd aan een wettig bewijsmiddel hoeven te worden ontleend. De inconsistenties in de verklaringen van het slachtoffer en de getuige, alsmede andere feiten, maakten het alternatieve scenario van verdachte ongeloofwaardig.
De Hoge Raad verwierp het cassatieberoep en bevestigde de bewezenverklaring en de strafoplegging van vijftien maanden gevangenisstraf. Tevens werd een schadevergoedingsmaatregel van € 2.404,- toegewezen aan het slachtoffer.
Uitkomst: Hoge Raad bevestigt bewezenverklaring en veroordeelt verdachte tot vijftien maanden gevangenisstraf met schadevergoedingsmaatregel.