ECLI:NL:PHR:2012:BW7371
Parket bij de Hoge Raad
- Rechtspraak.nl
Hoge Raad vernietigt arrest mensenhandel en ontneming wederrechtelijk verkregen voordeel wegens onjuiste rechtsopvatting
In deze zaak stond de ontneming van wederrechtelijk verkregen voordeel centraal, verkregen uit mensenhandel gepleegd jegens minderjarige en meerderjarige slachtoffers. Het hof had veroordeelde veroordeeld voor mensenhandel jegens minderjarigen en daarbij ook voordeel toegekend uit soortgelijke feiten jegens een meerderjarige.
De verdediging stelde dat het hof onterecht voordeel uit mensenhandel jegens de meerderjarige betrokkene had betrokken, terwijl veroordeelde daarvoor was vrijgesproken. De Hoge Raad oordeelde dat het hof onbegrijpelijk had geoordeeld dat de tenlastelegging en bewezenverklaring enkel op minderjarige slachtoffers zagen, terwijl het onderdeel van de tenlastelegging onder art. 273a lid 3 Sr ook meerderjarige slachtoffers omvatte.
De Hoge Raad vernietigde daarom het arrest en verwees de zaak terug naar het hof voor een nieuwe beoordeling. Hiermee werd bevestigd dat ontneming van voordeel uit feiten waarvoor veroordeelde is vrijgesproken niet is toegestaan, conform het EVRM. De zaak betreft mensenhandel gepleegd in Nederland en Litouwen in de periode 2005-2006.
Uitkomst: Het arrest van het hof wordt vernietigd en de zaak terugverwezen voor hernieuwde beoordeling van de ontnemingsmaatregel.