ECLI:NL:PHR:2012:BW6133
Parket bij de Hoge Raad
- Rechtspraak.nl
Toewijzing verzoek tot ondercuratelestelling wegens cognitieve stoornissen en onvermogen eigen belangen te behartigen
Betrokkene, geboren in 1933, werd na ziekenhuisopnames en psychiatrische behandeling opgenomen in een verpleeghuis. Op verzoek van de officier van justitie stelde de rechtbank hem onder curatele wegens een geestelijke stoornis die zijn vermogen tot het behartigen van eigen belangen beperkt.
In hoger beroep betwistte betrokkene deze ondercuratelestelling en stelde dat hij geen geestelijke stoornis heeft, ondersteund door een verklaring van een niet-behandelend arts. Het hof liet nader medisch onderzoek verrichten, waarbij verschillende deskundigen rapporten uitbrachten met wisselende conclusies over de geestelijke toestand van betrokkene.
Het hof concludeerde, mede op basis van neuropsychologisch onderzoek en verslagen van specialisten ouderengeneeskunde, dat betrokkene nog steeds cognitieve stoornissen heeft die zijn zelfstandige belangenbehartiging bemoeilijken. Ondanks het standpunt van betrokkene dat een vrijwillige vorm van inkomensbeheer voldoende zou zijn, oordeelde het hof dat ondercuratelestelling noodzakelijk is.
De Hoge Raad oordeelt dat het hof zijn beslissing voldoende heeft gemotiveerd en dat de waardering van het bewijsmateriaal niet in cassatie kan worden getoetst. Het beroep wordt verworpen en de ondercuratelestelling blijft van kracht.
Uitkomst: Het beroep in cassatie wordt verworpen en de ondercuratelestelling blijft van kracht.