ECLI:NL:PHR:2012:BW1928
Parket bij de Hoge Raad
- Rechtspraak.nl
Hoge Raad bevestigt algehele onverbindendheid legesverordening bij niet-nakoming verzwaarde inlichtingenplicht
Aan X1 B.V. en X2 B.V. zijn leges in rekening gebracht voor het in behandeling nemen van bouwvergunningaanvragen op basis van de Legesverordeningen 2005 en 2006 van de gemeente Utrecht. Belanghebbenden stelden dat de geraamde baten de geraamde lasten ter zake overschreden, hetgeen strijdig zou zijn met artikel 229b, lid 1, van de Gemeentewet. De Rechtbank verklaarde de legesverordeningen deels onverbindend en vernietigde de legesnota's. Het Hof bevestigde dit oordeel en verklaarde de verordeningen algeheel onverbindend vanwege het niet voldoen aan de verzwaarde inlichtingenplicht door de heffingsambtenaar.
De heffingsambtenaar had onvoldoende cijfermatige toelichting gegeven op de betwiste kostenposten en deed pas vijf jaar na de legesnota's een bewijsaanbod om nadere gegevens te verstrekken, dat door het Hof als te laat werd gepasseerd. De Hoge Raad bevestigt dat de heffingsambtenaar de verzwaarde motiveringseis niet heeft nageleefd en dat het niet verstrekken van de vereiste gegevens voor risico van de gemeente komt.
De Hoge Raad benadrukt dat zonder nadere inlichtingen niet kan worden beoordeeld of de opbrengstlimiet is overschreden en dat dit in principe leidt tot algehele onverbindendheid van de verordening. Ook het passeren van het late bewijsaanbod is gegrond, omdat het Hof een belangenafweging heeft gemaakt tussen het belang van de heffingsambtenaar en het algemeen belang van een doelmatige procesgang.
De cassatieberoepen van het College worden ongegrond verklaard, waarmee het oordeel van het Hof wordt bekrachtigd dat de legesverordeningen geheel onverbindend zijn wegens strijd met artikel 229b van de Gemeentewet.
Uitkomst: De Hoge Raad verklaart de cassatieberoepen ongegrond en bevestigt de algehele onverbindendheid van de legesverordeningen wegens het niet voldoen aan de verzwaarde inlichtingenplicht.