ECLI:NL:PHR:2012:BW1271
Parket bij de Hoge Raad
- Rechtspraak.nl
Hoge Raad bevestigt dat verschrijving in naam vennootschap niet leidt tot persoonlijke aansprakelijkheid
Deze zaak betreft een geschil over de vraag wie partij is bij koop/aanneemovereenkomsten met betrekking tot appartementen in een complex aan de [a-straat]. De overeenkomsten bevatten een arbitraal beding, maar verweerder stelde zich op het standpunt dat hij persoonlijk geen partij was bij de overeenkomst en dus niet gebonden aan het arbitraal beding.
De rechtbank Amsterdam vernietigde de arbitrale vonnissen voor zover verweerder daarin werd veroordeeld en veroordeelde eisers tot terugbetaling aan verweerder. Het hof Amsterdam vernietigde dit vonnis deels, maar oordeelde dat de koop/aanneemovereenkomsten waren gesloten met de vennootschap Residence Park Laura B.V. en niet met de verkeerd geschreven Residentie Park Laura B.V. i.o. Het hof stelde vast dat de vermelding van Residentie Park Laura B.V. i.o. een kennelijke verschrijving was, mede gebaseerd op een verklaring van de secretaresse.
In cassatie werd betoogd dat verweerder persoonlijk partij was bij de overeenkomst, maar de Hoge Raad bevestigde het oordeel van het hof dat verweerder niet persoonlijk gebonden is aan het arbitraal beding. De Hoge Raad verwierp de middelen en bevestigde dat de vennootschap die partij is bij de overeenkomst de correct opgerichte Residence Park Laura B.V. is, en dat de verschrijving geen gevolgen heeft voor de persoonlijke aansprakelijkheid van verweerder.
Uitkomst: De Hoge Raad bevestigt dat verweerder niet persoonlijk gebonden is aan het arbitraal beding en wijst het cassatieberoep af.