ECLI:NL:PHR:2012:BV7494
Parket bij de Hoge Raad
- Rechtspraak.nl
Hoge Raad bevestigt bewezenverklaring bedreiging met misdrijf tegen het leven gericht
Het gerechtshof te 's-Gravenhage heeft verdachte veroordeeld wegens bedreiging met een misdrijf tegen het leven gericht, diefstal door twee of meer verenigde personen en opzetheling. De opgelegde straf betrof een taakstraf van 90 uren, subsidiair 45 dagen jeugddetentie, met aftrek van voorarrest.
Verdachte stelde cassatieberoep in tegen de veroordeling, met als middel dat niet bewezen zou zijn dat hij het slachtoffer heeft bedreigd met een misdrijf tegen het leven gericht. Het hof had bewezen verklaard dat verdachte tegen het slachtoffer de woorden had geuit: "ik haal mijn broer en mijn pipa". Deze woorden zijn in het bewijs opgenomen op basis van verklaringen van het slachtoffer en een getuige.
De Hoge Raad constateert een kennelijke misslag in het hofarrest waarbij andere bedreigende woorden uit de tenlastelegging niet bewezen werden verklaard, maar herstelt deze door de bewezenverklaring te lezen als inclusief de woorden "dan sla ik jou eerst en maak ik je af. Wacht straks buiten maar, dan kom ik terug met meer mensen". Het middel faalt omdat het hof de bedreiging met de woorden "ik haal mijn broer en mijn pipa" wel bewezen achtte, en de overige woorden als gelijkwaardig kunnen worden beschouwd.
De conclusie van de Procureur-Generaal is dat het cassatieberoep moet worden verworpen en dat de bestreden uitspraak in stand blijft. Er zijn geen gronden voor ambtshalve vernietiging aangetroffen.
Uitkomst: Het cassatieberoep wordt verworpen en de veroordeling wegens bedreiging met een misdrijf tegen het leven gericht blijft in stand.