ECLI:NL:PHR:2012:BV5623
Parket bij de Hoge Raad
- Rechtspraak.nl
Bevestiging strafrechtelijke aansprakelijkheid voor opzettelijke raciale belediging via Holocaustcartoon
In deze zaak is de verdachte door het hof veroordeeld wegens het opzettelijk beledigen van Joden wegens hun ras door het plaatsen van een cartoon op diverse websites. De cartoon suggereert dat Joden de Holocaust overdrijven, wat als bijzonder grievend wordt beschouwd. De verdachte stelde dat de cartoon onderdeel was van een maatschappelijk debat over de dubbele moraal in uitingsdelicten en dat het primaire doel niet was om te beledigen.
De Hoge Raad bevestigt het driestappenmodel voor de beoordeling van beledigende uitlatingen: eerst wordt gekeken of de uitlating op zichzelf beledigend is, vervolgens of de context het beledigende karakter kan opheffen, en tenslotte of de uitlating onnodig grievend is. De Hoge Raad oordeelt dat de subjectieve intentie van de verdachte niet doorslaggevend is; de context moet voor derden kenbaar zijn en objectief het beledigende karakter wegnemen.
Het hof heeft terecht geoordeeld dat de cartoon op zichzelf beledigend is en dat de context onvoldoende kenbaar was voor derden om het beledigende karakter weg te nemen. Ook is vastgesteld dat de cartoon onnodig grievend is, gezien de ernst van de Holocaust en het feit dat het doel van het maatschappelijk debat ook op minder grievende wijze bereikt had kunnen worden.
De Hoge Raad wijst erop dat het begrip 'ras' in de artikelen 137c en 137e Sr ruim moet worden uitgelegd, waarbij Joden als groep onder dit begrip vallen. De middelen van cassatie worden verworpen, waarmee de veroordeling en de opgelegde geldboete in stand blijven.
Uitkomst: De Hoge Raad bevestigt de veroordeling van verdachte voor opzettelijke raciale belediging wegens het plaatsen van een beledigende Holocaustcartoon.