ECLI:NL:PHR:2012:BV2954
Parket bij de Hoge Raad
- Rechtspraak.nl
Veroordeling wegens valsheid in geschrift en onjuiste aangifte omzetbelasting met gedeeltelijke vernietiging
Verdachte werd door het hof veroordeeld voor valsheid in geschrift en belastingontduiking met betrekking tot facturen en omzetbelastingaangiften over verschillende perioden. Het hof oordeelde dat verdachte facturen had opgemaakt waarin niet de volledige geleverde hoeveelheid vis was vermeld, met het oogmerk deze facturen als echt te gebruiken terwijl een deel van de handel contant en buiten de boekhouding plaatsvond. Verdachte en zijn medeverdachte erkenden dat contante betalingen niet in de administratie waren verantwoord.
De verdediging voerde aan dat de facturen niet vals waren omdat de goederen daadwerkelijk geleverd waren en betaald werd, deels contant. De Hoge Raad bevestigde dat het achterhouden van gegevens op facturen valsheid kan opleveren indien de werkelijkheid geweld wordt aangedaan, wat hier het geval was. Wel stelde de Hoge Raad vast dat het bewijs onvoldoende was om te concluderen dat bepaalde facturen van een niet-bestaand bedrijf een rol speelden bij de onjuiste aangifte omzetbelasting in de bewezenverklaarde perioden.
Daarom vernietigde de Hoge Raad het arrest voor zover het betrekking had op de onjuiste aangifte omzetbelasting over bepaalde tijdvakken en de daarbij behorende strafoplegging, en verwees de zaak terug naar het hof voor hernieuwde behandeling. Voor het overige werd het cassatieberoep verworpen.
Uitkomst: Het arrest wordt deels vernietigd en de zaak wordt terugverwezen voor hernieuwde behandeling van de onjuiste aangifte omzetbelasting en strafoplegging.