ECLI:NL:PHR:2012:BV1478
Parket bij de Hoge Raad
- Rechtspraak.nl
Verzoek spermadonor tot vervangende toestemming erkenning en omgang afgewezen
De zaak betreft een verzoek van een spermadonor om vervangende toestemming te verkrijgen voor de erkenning van een kind en om gezamenlijk gezag en een omgangsregeling vast te stellen. De moeder is zwanger geworden na zelfinseminatie met het zaad van de man en het kind woont sinds de geboorte bij de moeder, die het gezag uitoefent. De man en de moeder hadden geen relatie en hebben nooit samengewoond.
De rechtbank verklaarde het verzoek van de man tot vervangende toestemming niet ontvankelijk en wees de overige verzoeken af, omdat onvoldoende bijzondere omstandigheden waren aangetoond waaruit een nauwe persoonlijke betrekking tussen de man en het kind bleek. Het gerechtshof bekrachtigde dit oordeel en wees het hoger beroep af.
De man stelde cassatieberoep in met klachten over de motivering van het hof, met name dat het hof onvoldoende rekening had gehouden met de aangevoerde feiten en omstandigheden en vergelijkingen met eerdere jurisprudentie. De Hoge Raad oordeelt dat de klachten feitelijke herbeoordelingen betreffen die niet aan de cassatierechter zijn voorbehouden en dat het hof zijn oordeel voldoende heeft gemotiveerd.
De Hoge Raad bevestigt dat voor ontvankelijkheid in de verzoeken vereist is dat naast het biologische vaderschap ook bijzondere omstandigheden bestaan die een 'family life' in de zin van artikel 8 EVRM Pro aantonen. Nu het hof heeft geoordeeld dat zulke omstandigheden ontbreken, is het verzoek tot vervangende toestemming en omgangsregeling terecht afgewezen. Het cassatieberoep wordt verworpen.
Uitkomst: Het verzoek van de spermadonor tot vervangende toestemming voor erkenning en omgangsregeling wordt afgewezen wegens het ontbreken van een nauwe persoonlijke betrekking met het kind.