ECLI:NL:PHR:2012:BU8773
Parket bij de Hoge Raad
- Rechtspraak.nl
Beoordeling Salduz-verweer en oplegging TBS bij doodslag en wapenbezit
De zaak betreft een verdachte die is veroordeeld door het gerechtshof te 's-Gravenhage wegens doodslag en meerdere overtredingen van de Wet wapens en munitie, met oplegging van een gevangenisstraf van vijf jaar en een maatregel van TBS met dwangverpleging. De verdachte stelde cassatieberoep in tegen deze uitspraak, met onder meer een Salduz-verweer dat zich richtte op verklaringen die tijdens het transport naar het politiebureau waren afgelegd zonder voorafgaande raadpleging van een raadsman.
De Hoge Raad oordeelt dat de verklaringen van de verdachte tijdens het transport geen onderdeel uitmaakten van een verhoor in de zin van artikel 29 Sv Pro, omdat de vragen van de politie niet betrekking hadden op zijn betrokkenheid bij het strafbare feit waarvoor hij werd verdacht. De spontane mededeling van de verdachte dat hij iets ergs had gedaan, gevolgd door vragen van de politie, vormde geen verhoor en gaf derhalve geen recht op raadpleging van een advocaat. Dit oordeel is niet onbegrijpelijk en kan in cassatie niet worden getoetst.
Verder heeft het hof het verweer van de verdachte dat hij een alibi had en niet in de gelegenheid was het slachtoffer te doden, verworpen op grond van deskundigenverklaringen en de onzekere tijdsbepaling van het overlijden. Ten slotte heeft het hof de maatregel van TBS met dwangverpleging opgelegd ondanks het ontbreken van een gedragskundig advies daartoe, omdat de verdachte verminderd toerekeningsvatbaar werd geacht en de ernst van de feiten en recidivegevaar dit vereisten. De Hoge Raad acht de motivering van het hof voldoende en wijst het cassatieberoep af.
Uitkomst: De Hoge Raad verwierp het cassatieberoep en bevestigde de veroordeling tot vijf jaar gevangenisstraf en oplegging van TBS met dwangverpleging.