ECLI:NL:PHR:2012:BU8702
Parket bij de Hoge Raad
- Rechtspraak.nl
Gegronde herzieningsaanvraag wegens persoonsverwisseling bij verkeersovertreding
Aanvrager werd onherroepelijk veroordeeld wegens overtreding van artikel 163, zesde lid, Wegenverkeerswet 1994, met een gevangenisstraf van twee weken en een rijontzegging van negen maanden. De aanvrage tot herziening steunt op het verweer dat niet aanvrager maar zijn zwager betrokken was bij het ongeval en dat diens naam werd opgegeven.
Radiologisch onderzoek, uitgevoerd in 2011, vergeleek röntgenfoto's van aanvrager met die van de bestuurder bij het ongeval in 2005. Deskundigen concludeerden dat het niet dezelfde persoon betrof, wat een ernstig vermoeden van persoonsverwisseling oplevert.
De Hoge Raad acht deze nieuwe omstandigheid zodanig dat, indien bekend geweest bij de rechter, aanvrager waarschijnlijk vrijgesproken zou zijn. Daarom verklaart de Hoge Raad de herzieningsaanvraag gegrond, schorst de tenuitvoerlegging van het vonnis en verwijst de zaak naar een ander gerechtshof voor behandeling volgens artikel 467 lid 1 Sv Pro.
Uitkomst: Herzieningsaanvraag gegrond verklaard wegens persoonsverwisseling; zaak verwezen naar ander gerechtshof.