ECLI:NL:HR:2012:BU8702

Hoge Raad

Datum uitspraak
17 januari 2012
Publicatiedatum
5 april 2013
Zaaknummer
10/03041 H
Instantie
Hoge Raad
Type
Uitspraak
Rechtsgebied
Strafrecht
Uitkomst
Overig
Procedures
  • Herziening
Rechters
  • A.J.A. van Dorst
  • B.C. de Savornin Lohman
  • Y. Buruma
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 163 Wegenverkeerswet 1994Art. 457 SvArt. 467 Sv
Verwijzingen
6 uitgaand · 1 inkomend
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Herziening wegens persoonsverwisseling in strafzaak overtreding Wegenverkeerswet

De Hoge Raad behandelde een aanvraag tot herziening van een arrest van het Gerechtshof te Amsterdam uit 2006, waarin de aanvrager was veroordeeld voor overtreding van artikel 163, zesde lid, van de Wegenverkeerswet 1994. De aanvrager stelde dat sprake was van persoonsverwisseling, een grond voor herziening volgens artikel 457, eerste lid, aanhef en onder 2°, van het Wetboek van Strafvordering.

De Advocaat-Generaal concludeerde dat de aanvraag gegrond was en adviseerde om de tenuitvoerlegging van het arrest op te schorten of te schorsen en de zaak te verwijzen naar een ander gerechtshof. De Hoge Raad volgde dit advies en verklaarde de aanvraag gegrond. Tevens werd de tenuitvoerlegging van het arrest opgeschort voor zover nodig.

De zaak werd verwezen naar het Gerechtshof te 's-Gravenhage voor een volledige herbehandeling en afdoening conform artikel 467, eerste lid, van het Wetboek van Strafvordering. Hiermee werd de eerdere veroordeling van twee weken gevangenisstraf en een ontzegging van de rijbevoegdheid voor negen maanden voorlopig buiten werking gesteld.

Uitkomst: Herzieningsaanvraag gegrond verklaard wegens persoonsverwisseling en zaak verwezen voor nieuwe behandeling.

Uitspraak

17 januari 2012
Strafkamer
nr. S 10/03041 H
Hoge Raad der Nederlanden
Arrest
op een aanvrage tot herziening van een in kracht van gewijsde gegaan arrest van het Gerechtshof te Amsterdam, zitting houdende te Arnhem, van 6 december 2006, nummer 21/000317-06, ingediend door mr. N. van Schaik, advocaat te Utrecht, namens:
[Aanvrager], geboren te [geboorteplaats] op [geboortedatum] 1968, wonende te [woonplaats].
1. De uitspraak waarvan herziening is gevraagd
Het Hof heeft in hoger beroep - met vernietiging van een vonnis van de Politierechter in de Rechtbank te Utrecht van 2 augustus 2005 - de aanvrager ter zake van "Overtreding van artikel 163, zesde lid, van de Wegenverkeerswet 1994" veroordeeld tot een gevangenisstraf van twee weken en een ontzegging van de bevoegdheid tot het besturen van motorrijtuigen voor de duur van negen maanden.
2. De aanvrage tot herziening
2.1. De aanvrage tot herziening is aan dit arrest gehecht en maakt daarvan deel uit.
2.2. De aanvrage berust op de stelling dat sprake is van een omstandigheid als bedoeld in art. 457, eerste lid aanhef en onder 2°, Sv. De aanvrager voert daartoe aan dat er sprake is van een persoonsverwisseling.
3. De conclusie van de Advocaat-Generaal
De Advocaat-Generaal Machielse heeft geconcludeerd dat de Hoge Raad de aanvrage gegrond zal verklaren, voor zover nodig de opschorting of schorsing van de tenuitvoerlegging van de in de aanvrage vermelde uitspraak zal bevelen en de zaak zal verwijzen naar een ander gerechtshof, opdat de zaak zal worden behandeld en afgedaan op de wijze als in art. 467, eerste lid, Sv is voorzien.
4. Beoordeling van de aanvrage
Op de door de Advocaat-Generaal in zijn conclusie genoemde gronden moet de door de aanvrager gestelde omstandigheid worden aangemerkt als een omstandigheid als bedoeld in art. 457, eerste lid aanhef en onder 2°, Sv. De aanvrage is dus gegrond.
5. Beslissing
De Hoge Raad:
verklaart de aanvrage tot herziening gegrond;
beveelt voor zover nodig de opschorting of schorsing van de tenuitvoerlegging van voormeld arrest van het Gerechtshof te Amsterdam, zitting houdende te Arnhem, van 6 december 2006;
verwijst de zaak naar het Gerechtshof te 's-Gravenhage, opdat de zaak op de voet van art. 467, eerste lid, Sv opnieuw zal worden behandeld en afgedaan.
Dit arrest is gewezen door de vice-president A.J.A. van Dorst als voorzitter, en de raadsheren B.C. de Savornin Lohman en Y. Buruma, in bijzijn van de waarnemend griffier A.C. ten Klooster, en uitgesproken op 17 januari 2012.