ECLI:NL:PHR:2012:BU8658
Parket bij de Hoge Raad
- Rechtspraak.nl
Veroordeling wegens medeplegen onttrekking minderjarige aan wettig gezag ondanks beroep op overmacht
De zaak betreft een tienjarige jongen die op grond van een rechterlijke beschikking zijn hoofdverblijf bij zijn vader moest hebben. De moeder van het kind, samen met de verdachte en anderen, hielden het kind verborgen en brachten hem van woning naar woning, in strijd met deze beschikking.
De verdachte werd door het hof veroordeeld tot zes maanden gevangenisstraf, waarvan vier maanden voorwaardelijk. Zij voerde verweer met een beroep op overmacht, psychische overmacht en putatieve overmacht, stellende dat zij handelde uit noodzaak en overtuiging dat het kind gevaar liep bij terugkeer naar de vader.
Het hof verwierp dit verweer, stellende dat de verdachte bewust de aanmerkelijke kans aanvaardde dat zij de minderjarige onttrok aan het wettig gezag. Ook was niet aannemelijk dat sprake was van noodtoestand of psychische overmacht, noch dat de verdachte verschoonbaar had gedwaald over de rechtskracht van de beschikking.
De Hoge Raad bevestigt het oordeel van het hof en wijst het cassatieberoep af. De strafbaarheid van de verdachte blijft gehandhaafd omdat het hof de feiten en het recht juist heeft beoordeeld en het beroep op overmacht niet aannemelijk is gemaakt.
Uitkomst: Hoge Raad bevestigt veroordeling verdachte voor medeplegen onttrekking minderjarige aan wettig gezag en wijst beroep op overmacht af.