ECLI:NL:PHR:2012:BU7625
Parket bij de Hoge Raad
- Rechtspraak.nl
Ambtshalve strafvermindering wegens overschrijding redelijke termijn in cassatie
Verdachte werd door het gerechtshof veroordeeld tot een gevangenisstraf van negen maanden, waarvan vier maanden voorwaardelijk, wegens bedrieglijke bankbreuk waarbij hij feitelijk leiding gaf aan de verboden gedraging. Verdachte stelde cassatieberoep in tegen dit arrest.
De Hoge Raad beoordeelde twee middelen van cassatie, waarbij het eerste middel inzake de bewijsmiddelen faalde omdat de opname van bewijsmiddelen in de aanvulling op het verkorte arrest verenigbaar is met de wet. Het tweede middel faalde omdat verdachte in hoger beroep geen beroep deed op overschrijding van de redelijke termijn.
Ambtshalve constateerde de Hoge Raad dat de redelijke termijn zoals bedoeld in artikel 6 EVRM Pro was overschreden, wat leidt tot strafvermindering. De Hoge Raad vernietigt daarom het bestreden arrest voor wat betreft de straf en vermindert deze naar de gebruikelijke maatstaf, terwijl het beroep voor het overige wordt verworpen.
Uitkomst: De Hoge Raad vermindert ambtshalve de straf wegens overschrijding van de redelijke termijn en verwerpt het beroep voor het overige.