ECLI:NL:PHR:2012:BU6034
Parket bij de Hoge Raad
- Rechtspraak.nl
Vernietiging arrest wegens onvoldoende motivering bewezenverklaring handelen in strijd met de Wet wapens en munitie
In deze zaak is verdachte door het Hof te 's-Gravenhage veroordeeld wegens diefstal en handelen in strijd met artikel 27, eerste lid, van de Wet wapens en munitie. Het hof legde een gevangenisstraf op voor de diefstal en een geldboete met vervangende hechtenis voor het tweede feit.
Verdachte stelde beroep in cassatie in en voerde drie middelen aan. Het eerste middel betrof de motivering van de bewezenverklaring van de diefstal, waarbij werd betoogd dat de bewijsmiddelen niet alle bestanddelen afdekken. De Hoge Raad oordeelde dat de bewijsmiddelen wel toereikend waren en verwierp dit middel.
Het tweede middel klaagde over het ontbreken van een reactie van het hof op het verweer dat het oogmerk van wederrechtelijke toe-eigening ontbrak. De Hoge Raad vond het verweer te algemeen en zag voldoende motivering in het oordeel van het hof, waardoor ook dit middel faalde.
Het derde middel richtte zich tegen de motivering van de bewezenverklaring van het tweede feit, het handelen in strijd met de Wet wapens en munitie. De Hoge Raad constateerde dat het bestreden arrest niet voldeed aan het vereiste dat de bewijsmiddelen en de daaraan ten grondslag liggende redengevende feiten en omstandigheden in het arrest moeten zijn opgenomen. Dit gebrek leidt tot nietigheid van het arrest voor dat feit. Daarom vernietigt de Hoge Raad het arrest voor het tweede feit en wijst de zaak terug naar het hof voor hernieuwde behandeling, terwijl het beroep voor het overige wordt verworpen.
Uitkomst: Het arrest wordt vernietigd voor het tweede feit en de zaak wordt terugverwezen voor hernieuwde behandeling.