ECLI:NL:PHR:2012:BU4232

Parket bij de Hoge Raad

Datum uitspraak
17 januari 2012
Publicatiedatum
5 april 2013
Zaaknummer
09/01977
Type
Conclusie
Rechtsgebied
Strafrecht
Uitkomst
Overig
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 3 Opiumwet
Verwijzingen
3 uitgaand · 1 inkomend
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Overschrijding redelijke termijn in cassatie leidt tot strafvermindering

In deze zaak heeft het Gerechtshof te 's-Gravenhage de verzoeker bij arrest van 11 mei 2009 veroordeeld wegens meerdere strafbare feiten, waaronder overtredingen van de Opiumwet en diefstal met braak. Verzoeker stelde vervolgens beroep in cassatie in op 14 mei 2009.

De stukken van het geding werden echter pas op 14 oktober 2010 ter griffie van de Hoge Raad ontvangen, waardoor de inzendingstermijn van maximaal acht maanden met negen maanden werd overschreden. Daarnaast werd vastgesteld dat ook de termijn voor het afronden van het cassatiegeding binnen twee jaren na het instellen van het rechtsmiddel met bijna zes maanden was overschreden.

De Procureur-Generaal concludeert dat deze overschrijdingen van de redelijke termijn moeten leiden tot een vermindering van de opgelegde straf volgens het gebruikelijke tarief. Andere gronden voor vernietiging van de beslissing werden niet aangetroffen. De conclusie strekt derhalve tot strafvermindering wegens overschrijding van de redelijke termijn.

Uitkomst: De Hoge Raad constateert overschrijding van de redelijke termijn in cassatie en bepaalt strafvermindering.

Conclusie

Nr. 09/01977
Mr. Hofstee
Zitting: 8 november 2011
Conclusie inzake:
[Verdachte = verzoeker]
1. Het Gerechtshof te 's-Gravenhage heeft verzoeker bij arrest van 11 mei 2009 wegens 1. "Opzettelijk handelen in strijd met het in artikel 3, onder C, van de Opiumwet gegeven verbod", 2. "Opzettelijk handelen in strijd met een in artikel 3, onder B, van de Opiumwet gegeven verbod" en 3. "Diefstal door twee of meer verenigde personen, waarbij de schuldige zich de toegang tot de plaats van het misdrijf heeft verschaft door middel van braak", veroordeeld tot 120 uren werkstraf, subsidiair 60 dagen hechtenis, waarvan 40 uren werkstraf, subsidiair 20 dagen hechtenis, voorwaardelijk, met een proeftijd van twee jaren.(1)
2. Namens verzoeker heeft mr. H. Sytema, advocaat te 's-Gravenhage, een schriftuur ingezonden houdende één middel van cassatie.
3. Het middel klaagt dat de redelijke inzendingstermijn in cassatie is overschreden.
4. Het middel treft doel. Verzoeker heeft op 14 mei 2009 beroep in cassatie ingesteld. De stukken van het geding zijn op 14 oktober 2010 ter griffie van de Hoge Raad ontvangen. Dat brengt mee dat de inzendingstermijn van maximaal acht maanden met negen maanden is overschreden.
5. Ambtshalve wijs ik er op dat de zaak ook in cassatie niet binnen de daarvoor gestelde termijn kan worden afgedaan. Het geding behoort in cassatie binnen twee jaren met een einduitspraak te zijn afgerond nadat het rechtsmiddel is ingesteld. Deze termijn is inmiddels met bijna zes maanden overschreden.
6. Deze overschrijdingen van de redelijke termijn dienen te leiden tot een door Uw Raad te bepalen vermindering van de opgelegde straf.(2)
7. Overige gronden waarop Uw Raad de aangevallen beslissing zou moeten vernietigen heb ik niet aangetroffen.
8. Deze conclusie strekt tot vermindering van de opgelegde straf volgens het gebruikelijke tarief.
De Procureur-Generaal
bij de Hoge Raad der Nederlanden
A-G
1 Deze zaak hangt samen met de zaken met griffienummers 09/01978P, 09/01980, 09/01981P, 09/01982, 09/01983P waarin ik heden eveneens concludeer.
2 HR 17 juni 2008, LJN BD2578, NJ 2008, 358.