ECLI:NL:PHR:2012:BU4008

Parket bij de Hoge Raad

Datum uitspraak
17 januari 2012
Publicatiedatum
5 april 2013
Zaaknummer
11/02815
Type
Conclusie
Rechtsgebied
Strafrecht
Uitkomst
Niet-ontvankelijk
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 435 SvArt. 437 lid 2 Sv
Verwijzingen
3 uitgaand · 1 inkomend
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Niet-ontvankelijkheid verdachte in cassatieberoep wegens termijnoverschrijding

Het gerechtshof 's-Hertogenbosch heeft verdachte veroordeeld voor mensenhandel gepleegd door meerdere personen en meermalen mishandeling, met een gevangenisstraf van 24 maanden waarvan zes maanden voorwaardelijk. Daarnaast zijn vorderingen van de benadeelde partij toegewezen en schadevergoedingsmaatregelen opgelegd.

Verdachte heeft tegen dit arrest beroep in cassatie ingesteld. De aanzegging van het cassatieberoep vond plaats op 6 juli 2011, waarna de termijn van twee maanden voor het indienen van schriftelijke middelen op 5 september 2011 afliep. Binnen deze termijn zijn echter geen middelen van cassatie ingediend door een raadsman namens verdachte.

Op grond van artikel 437 lid 2 Sv Pro kan verdachte daarom niet in het cassatieberoep worden ontvangen. De conclusie van de Procureur-Generaal bij de Hoge Raad is dan ook dat verdachte niet-ontvankelijk verklaard moet worden in het cassatieberoep.

Uitkomst: Verdachte wordt niet-ontvankelijk verklaard in het cassatieberoep wegens het niet tijdig indienen van middelen.

Conclusie

Nr. 11/02815
Mr. Machielse
Zitting 8 november 2011
Conclusie inzake:
[Verdachte 3](1)
1. Het Gerechtshof 's-Hertogenbosch heeft verdachte op 25 oktober 2010 voor "Mensenhandel, gepleegd door 2 of meer verenigde personen" en "Mishandeling, meermalen gepleegd" veroordeeld tot een gevangenisstraf voor de duur van 24 maanden, waarvan zes maanden voorwaardelijk. Voorts heeft het hof vorderingen van de benadeelde partij toegewezen en schadevergoedingsmaatregelen opgelegd zoals in het arrest omschreven.
2. Tegen deze uitspraak is namens verdachte beroep in cassatie ingesteld.
3. De aanzegging als bedoeld in art. 435 Sv Pro is op 6 juli 2011 betekend. De in art. 437 lid 2 Sv Pro gestelde termijn van twee maanden liep af op 5 september 2011. Er is gedurende deze termijn geen schriftuur houdende middelen van cassatie binnengekomen.
5. Nu verdachte niet binnen de bij de wet gestelde termijn bij de Hoge Raad door een raadsman een schriftuur houdende middelen van cassatie heeft doen indienen, kan hij ingevolge art. 437 lid 2 Sv Pro niet in zijn cassatieberoep worden ontvangen.(2)
6. Deze conclusie strekt ertoe dat de Hoge Raad verdachte niet-ontvankelijk zal verklaren in het ingestelde cassatieberoep.
De Procureur-Generaal
bij de Hoge Raad der Nederlanden
1 Deze zaak hangt samen met de zaken [verdachte 1], 11/02813, en [verdachte 2], 11/02814, waarin ik vandaag ook concludeer.
2 A.J.A. van Dorst, 2009. Cassatie in strafzaken, p. 74.