ECLI:NL:PHR:2012:BT7108
Parket bij de Hoge Raad
- Rechtspraak.nl
Veroordeling voor grootschalige fraude met prepaid telefoonkaarten en omzetbelasting
De zaak betreft een grootschalige fraude met prepaid telefoonkaarten waarbij verdachte samen met anderen via valse facturen omzetbelasting ontdook. Vanaf 2000 tot 2004 bracht verdachte via zijn bedrijf facturen uit aan een Belgische afnemer, waarbij onterecht het nultarief voor omzetbelasting werd toegepast. De totale gefactureerde bedragen bedroegen ruim €24,8 miljoen, met een berekend fiscaal nadeel van ruim €3,2 miljoen voor de Nederlandse Staat.
Verdachte werd in 2009 door het Gerechtshof Arnhem veroordeeld tot 17 maanden gevangenisstraf wegens deelneming aan een criminele organisatie die misdrijven pleegt. Het hof oordeelde dat verdachte te kwader trouw handelde en een dominante rol had binnen de organisatie. De verdediging voerde onder meer aan dat er geen nadeel was voor de Belastingdienst en dat sprake was van een vrijgestelde levering, maar het hof verwierp deze verweren na uitgebreide bewijsvoering.
De Hoge Raad behandelde in cassatie onder meer het verweer dat de straf te hoog was en dat het recht op rechtsbijstand tijdens het politieverhoor was geschonden. De Hoge Raad oordeelde dat de strafoplegging niet onbegrijpelijk was en dat schending van het recht op rechtsbijstand niet leidde tot niet-ontvankelijkheid van het openbaar ministerie, maar hooguit tot bewijsuitsluiting, welke in deze zaak niet relevant was omdat de verklaringen niet voor bewijs werden gebruikt.
De Hoge Raad vernietigde het arrest van het hof voor zover het de strafhoogte betreft en stelde dat de straf verminderd moet worden vanwege overschrijding van de redelijke termijn. Voor het overige werd het cassatieberoep verworpen.
Uitkomst: De straf van 17 maanden gevangenisstraf wordt bevestigd maar verminderd vanwege overschrijding van de redelijke termijn.