ECLI:NL:PHR:2012:BT7095
Parket bij de Hoge Raad
- Rechtspraak.nl
Beoordeling bewijsuitsluiting bij ontbreken voorafgaand advocaatraadpleging volgens Salduz-criteria
In deze zaak is verzoeker veroordeeld wegens het besturen van een voertuig met een ongeldig verklaard rijbewijs. Verzoeker stelde cassatie in met het middel dat zijn verklaring bij de politie niet als bewijs had mogen worden gebruikt omdat hem voorafgaand aan het eerste verhoor geen gelegenheid was geboden een advocaat te raadplegen, het zogenaamde Salduz-verweer.
Het hof verwierp dit verweer met het argument dat ondanks het vormverzuim geen aanwijzingen waren dat de verklaring onbetrouwbaar was en dat verzoeker niet had aangegeven anders te hebben verklaard indien hij wel voorafgaand raadsliedencontact had gehad. De Hoge Raad herhaalt en verduidelijkt dat volgens vaste jurisprudentie op grond van het Europees Verdrag voor de Rechten van de Mens (artikel 6 EVRM Pro) een aangehouden verdachte in beginsel voorafgaand aan het eerste verhoor de mogelijkheid moet krijgen een advocaat te raadplegen.
Het ontbreken hiervan leidt in principe tot bewijsuitsluiting van de verklaring, behoudens twee uitzonderingen: ondubbelzinnige afstand van het recht of dwingende redenen. Het hof heeft dit niet correct toegepast door vol te staan met een constatering van het vormverzuim zonder de bewijsuitsluiting toe te passen. Daarom vernietigt de Hoge Raad het arrest en verwijst de zaak terug naar het hof voor hernieuwde beoordeling.
Uitkomst: Het arrest van het hof wordt vernietigd en de zaak wordt terugverwezen voor hernieuwde beoordeling met toepassing van bewijsuitsluiting bij het ontbreken van voorafgaande advocaatraadpleging.