ECLI:NL:PHR:2011:BU4219
Parket bij de Hoge Raad
- Rechtspraak.nl
Afwijzing verzoek schuldsaneringsregeling wegens ontbreken goede trouw ondanks beschermingsbewind
Verzoekster tot cassatie heeft een verzoek ingediend tot toepassing van de schuldsaneringsregeling met een totale schuldenlast van ruim €16.000, waaronder aanzienlijke schulden aan telefoonmaatschappijen. Sinds 2005 is er een beschermingsbewind van kracht, maar verzoekster bleef nieuwe schulden maken, vooral door het afsluiten van telefoonabonnementen zonder betaling.
De rechtbank wees het verzoek af wegens het ontbreken van goede trouw met betrekking tot het ontstaan en het onbetaald laten van de schulden. Het hof bekrachtigde dit vonnis en zag geen aanleiding om de hardheidsclausule van artikel 288 lid 3 Fw Pro toe te passen. Verzoekster stelde dat de onderbewindstelling het vermoeden rechtvaardigde dat zij haar schulden onder controle had, maar dit werd door de Hoge Raad verworpen.
De Hoge Raad oordeelde dat het hof en de rechtbank terecht niet overtuigd waren van een verontschuldiging voor het aangaan van de schulden en dat het enkele feit van onderbewindstelling geen automatisch positief effect heeft op de beoordeling van goede trouw. Het cassatieberoep werd verworpen, waarmee het oordeel van het hof en de rechtbank stand hield.
Uitkomst: Het verzoek tot toepassing van de schuldsaneringsregeling wordt afgewezen wegens het ontbreken van goede trouw ondanks beschermingsbewind.