ECLI:NL:PHR:2011:BU3282
Parket bij de Hoge Raad
- Rechtspraak.nl
Veroordeling wegens oplichting en poging tot afpersing door valse hoedanigheid als advocaat
In deze strafzaak stond verdachte terecht wegens oplichting en poging tot afpersing. Verdachte wekte de indruk advocaat te zijn en bracht hierdoor [betrokkene 1] en diens broer ertoe aanzienlijke bedragen te betalen voor juridische bijstand die niet geleverd kon worden. Ondanks waarschuwingen van de deken van de orde van advocaten bleef verdachte de schijn van advocaat wekken.
Daarnaast probeerde verdachte [betrokkene 6] te chanteren door te dreigen met openbaarmaking van strafbare feiten, tenzij een bedrag van €40.000 werd betaald. Het hof oordeelde dat deze uitlatingen als onrechtmatige dwangmiddelen moesten worden gezien.
De Hoge Raad bevestigde het oordeel van het hof dat verdachte zich schuldig had gemaakt aan oplichting door het aannemen van een valse hoedanigheid en aan poging tot afpersing. De middelen van cassatie werden verworpen, waarbij het hof voldoende bewijs had gevonden in verklaringen, e-mails en gedragingen van verdachte.
Uitkomst: Verdachte is definitief veroordeeld voor oplichting en poging tot afpersing wegens het aannemen van een valse hoedanigheid als advocaat en het gebruik van dwangmiddelen.