ECLI:NL:PHR:2011:BT8760
Parket bij de Hoge Raad
- Rechtspraak.nl
Beoordeling oplegging schadevergoedingsmaatregel ondanks faillissement verdachte
In deze zaak stond centraal de vraag of de oplegging van een schadevergoedingsmaatregel aan een failliete verdachte in strijd is met de rechten van de schuldeisers in het faillissement. Het hof had de verdachte veroordeeld tot gevangenisstraf en daarnaast schadevergoedingsmaatregelen opgelegd ten behoeve van zes slachtoffers, met subsidiaire vervangende hechtenis.
De verdediging stelde dat de maatregel niet opportuun was omdat het faillissement de gelijkheid van schuldeisers zou ondermijnen en dat de maatregel neerkwam op een verkapte straf omdat de verdachte niet kon betalen. Het hof verwierp deze argumenten en stelde dat de schadevergoedingsmaatregel een zelfstandige strafrechtelijke sanctie is die het slachtoffer versterkt in het herstel van de rechtmatige toestand.
De Hoge Raad bevestigt dat art. 26 Faillissementswet Pro civiele vorderingen reguleert en niet aan oplegging van de schadevergoedingsmaatregel in de weg staat. De maatregel kan worden opgelegd ook als de verdachte failliet is, omdat het een strafrechtelijke sanctie betreft die losstaat van de civielrechtelijke executiemogelijkheden. De Hoge Raad verwierp het cassatiemiddel en handhaafde het oordeel van het hof.
Uitkomst: De Hoge Raad verwierp het cassatieberoep en bevestigde de oplegging van schadevergoedingsmaatregelen ondanks het faillissement van de verdachte.