ECLI:NL:PHR:2011:BT2700
Parket bij de Hoge Raad
- Rechtspraak.nl
Hoge Raad over fiscaal verhaalsrecht op showroommodellen in faillissement
In deze zaak staat centraal of slaapkamermeubilair dat in winkels als showroommodellen wordt tentoongesteld, kan worden aangemerkt als 'stoffering' van het winkelpand in de zin van artikel 22 lid 3 van Pro de Invorderingswet 1990. Dit is relevant voor het fiscaal bodemvoorrecht van de Belastingdienst bij faillissement.
De curator van de failliete vennootschappen vordert betaling van een bedrag dat betrekking heeft op deze showroommodellen, omdat hij stelt dat deze als bodemzaken kwalificeren en de fiscus daardoor voorrang heeft boven het pandrecht van ING Bank. De rechtbank oordeelde dat de showroommodellen wel degelijk tot de stoffering behoren, terwijl het hof dit oordeel vernietigde en stelde dat tentoongestelde goederen niet tot stoffering kunnen behoren.
De Hoge Raad stelt dat het hof een te strikte en onjuiste rechtsopvatting heeft gehanteerd door zonder materiële weging te oordelen dat tentoongestelde goederen per definitie niet tot stoffering behoren. De Hoge Raad benadrukt dat de parlementaire geschiedenis en voorbeelden in de memorie van toelichting niet doorslaggevend zijn en dat een zaak ook een dubbelfunctie kan hebben. Daarom wordt het arrest vernietigd en wordt de zaak verwezen naar een ander hof voor een feitelijke beoordeling van de omstandigheden.
Uitkomst: Het arrest van het hof wordt vernietigd en de zaak wordt verwezen naar een ander hof voor verdere beoordeling.