ECLI:NL:PHR:2011:BT1874

Parket bij de Hoge Raad

Datum uitspraak
20 december 2011
Publicatiedatum
5 april 2013
Zaaknummer
11/01053 E
Instantie
Parket bij de Hoge Raad
Type
Conclusie
Rechtsgebied
Strafrecht
Uitkomst
Niet-ontvankelijk
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 10.60 Wet milieubeheerArt. 435 SvArt. 437 SvArt. 530 Sv
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Niet-ontvankelijkheid cassatieberoep wegens niet tijdig indienen schriftuur

De verdachte is door het Gerechtshof te 's-Gravenhage veroordeeld wegens een opzettelijke overtreding van artikel 10.60 van de Wet milieubeheer, met een voorwaardelijke geldboete van €4.000,- en een proeftijd van twee jaar.

Na het arrest van het hof heeft de advocaat van de verdachte cassatie ingesteld. De aanzegging van het cassatieberoep is op correcte wijze gedaan aan een werknemer van de verdachte. Echter heeft de verdachte niet binnen de wettelijk voorgeschreven termijn van twee maanden schriftuur houdende middelen van cassatie ingediend.

Op grond van artikel 437, tweede lid, Sv, kan de verdachte daardoor niet in het cassatieberoep worden ontvangen. De conclusie van de Procureur-Generaal bij de Hoge Raad is dan ook dat de verdachte niet-ontvankelijk verklaard moet worden in het cassatieberoep. Deze zaak is gerelateerd aan een andere zaak tegen dezelfde verdachte.

Uitkomst: Verdachte wordt niet-ontvankelijk verklaard in het cassatieberoep wegens het niet tijdig indienen van schriftuur houdende middelen.

Conclusie

Nr. 11/01053 E
Mr. Machielse
Zitting 6 september 2011
Conclusie inzake:
[Verdachte](1)
1. De verdachte is door het Gerechtshof te 's-Gravenhage, Economische Kamer, bij arrest van 26 mei 2010 wegens "Opzettelijke overtreding van het voorschrift, gesteld bij artikel 10.60 van de Wet milieubeheer, begaan door een rechtspersoon" veroordeeld tot een geldboete van € 4.000,-, voorwaardelijk met een proeftijd van 2 jaren.
2. Op 3 juni 2010 heeft mr. B.J.M. Veldhoven, advocaat te Rotterdam, cassatie ingesteld.
3. De aanzegging als bedoeld in art. 435 Sv Pro is op 11 maart 2011 overeenkomstig art. 530, derde lid, Sv uitgereikt aan iemand die verklaarde in dienstbetrekking te zijn van de verdachte en bereid te zijn de brief te bezorgen. De door het tweede lid van art. 437 Sv Pro gestelde termijn van twee maanden verstreek op 10 mei 2011. Namens de verdachte is geen schriftuur houdende middelen van cassatie ingediend.
4. Nu de verdachte niet binnen de bij de wet gestelde termijn bij de Hoge Raad door een raadsman een schriftuur houdende middelen van cassatie heeft doen indienen, kan de verdachte ingevolge artikel 437, tweede lid, Sv niet in het cassatieberoep worden ontvangen.
5. Deze conclusie strekt ertoe dat de verdachte niet-ontvankelijk zal worden verklaard in het cassatieberoep.
De Procureur-Generaal
bij de Hoge Raad der Nederlanden
1 Deze zaak hangt samen met de zaak tegen dezelfde verdachte onder nummer 11/01052 E, waarin ik vandaag eveneens concludeer.