ECLI:NL:PHR:2011:BT1661
Parket bij de Hoge Raad
- Rechtspraak.nl
Strafrechtelijke vervolging voor snelheidsovertreding op militair terrein ondanks administratieve handhaving elders
De verdachte, een burger in dienst van Defensie, reed op 31 mei 2006 met een snelheid van 65 km/u op een militair terrein waar een maximumsnelheid van 50 km/u geldt. Het hof stelde vast dat de toegang tot het terrein voorwaardelijk was, waarbij het niet naleven van de verkeersregels intrekking van toestemming tot betreden inhoudt. Hierdoor was de verdachte zonder toestemming op het terrein aanwezig, wat een overtreding van artikel 461 Sr Pro oplevert.
De Hoge Raad bevestigt dat de Wegenverkeerswet 1994 en de Wet administratieve handhaving verkeersvoorschriften (WAHV) niet van toepassing zijn op particuliere militaire terreinen die niet voor het openbaar verkeer openstaan. De handhaving van verkeersregels op militair terrein kan via militair strafrecht, militair tuchtrecht of het gewone strafrecht plaatsvinden, maar niet via de WAHV.
De verdachte voerde aan dat het Burgerlijk Ambtenaren Reglement Defensie (BARD) en administratieve handhaving toegepast hadden moeten worden, en dat er sprake was van rechtsongelijkheid omdat snelheidsovertredingen op de openbare weg administratief worden afgehandeld en op militair terrein strafrechtelijk. De Hoge Raad verwierp deze argumenten, onder meer omdat de rechthebbende (Ministerie van Defensie) bevoegd is voorwaarden te stellen aan toegang tot het terrein en de wijze van handhaving zelf kan bepalen. Er is geen sprake van een onrechtvaardig onderscheid of schending van het gelijkheidsbeginsel.
Het beroep op schending van artikel 6 EVRM Pro (recht op eerlijk proces) werd niet nader onderbouwd en faalde eveneens. De Hoge Raad verklaarde het cassatieberoep ongegrond en bevestigde de veroordeling van de verdachte tot een voorwaardelijke geldboete wegens het zonder toestemming bevinden op het terrein door overtreding van de toegangsvoorwaarden.
Uitkomst: De Hoge Raad bevestigt de veroordeling van de verdachte wegens het zonder toestemming bevinden op het militair terrein door overtreding van de toegangsvoorwaarden.