ECLI:NL:PHR:2011:BT1514
Parket bij de Hoge Raad
- Rechtspraak.nl
Beoordeling recht op heffingvrij vermogen voor buitenlandse belastingplichtigen in Nederland
Belanghebbende, woonachtig in Duitsland, bezat Nederlandse onroerende zaken en verzocht om toepassing van het heffingvrije vermogen bij de berekening van zijn belastbaar inkomen uit sparen en beleggen. De Inspecteur wees dit af, waarna de Rechtbank Breda het bezwaar ongegrond verklaarde. Belanghebbende stelde beroep in cassatie tegen deze uitspraak.
De kern van het geschil betreft de vraag of het heffingvrije vermogen, bedoeld als persoonlijke tegemoetkoming in de Wet IB 2001, ook aan buitenlandse belastingplichtigen moet worden toegekend. De Hoge Raad toetste dit aan het EU-recht, met name artikel 56 EG Pro (nu artikel 63 VWEU Pro) en de relevante jurisprudentie van het Hof van Justitie van de Europese Unie (HvJ EU).
Uit de jurisprudentie volgt dat ingezetenen en niet-ingezetenen in het algemeen niet in een vergelijkbare situatie verkeren, omdat niet-ingezetenen slechts een deel van hun inkomen in de heffingsstaat genieten en hun persoonlijke draagkracht het best in de woonstaat kan worden beoordeeld. Het heffingvrije vermogen wordt gezien als een persoonlijke tegemoetkoming die alleen volledig effect kan sorteren als het gehele vermogen in de heffingsstaat wordt belast.
De Hoge Raad bevestigt dat buitenlandse belastingplichtigen die minder dan 90% van hun inkomen in Nederland genieten, geen aanspraak kunnen maken op het heffingvrije vermogen. Dit volgt uit de Schumacker-doctrine en de uitspraken van het HvJ EU. De regeling is niet discriminerend omdat er een objectief verschil bestaat tussen ingezetenen en niet-ingezetenen. De mogelijkheid voor buitenlandse belastingplichtigen om te kiezen voor behandeling als binnenlandse belastingplichtige (artikel 2.5 Wet IB 2001) biedt een pro rata toepassing van het heffingvrije vermogen, maar dit was in casu niet gekozen.
Uitkomst: Buitenlandse belastingplichtige die minder dan 90% van zijn inkomen in Nederland verdient, heeft geen recht op het heffingvrije vermogen.