ECLI:NL:PHR:2011:BS8794
Parket bij de Hoge Raad
- Rechtspraak.nl
Hoge Raad bevestigt tijdige klacht over gebreken sportcentrum binnen bekwame tijd
In deze zaak stond centraal of de koper van een sportcentrum binnen bekwame tijd in de zin van artikel 7:23 lid 1 BW Pro heeft geklaagd over gebreken aan het gekochte pand. De koper had het sportcentrum in januari 2006 overgenomen en stelde later diverse gebreken vast, waaronder lekkages, legionellabesmetting en ontbrekende noodverlichting. De verkoper betwistte de aansprakelijkheid en stelde dat de koper niet tijdig had geklaagd.
De rechtbank wees de vordering van de koper af, maar het hof oordeelde anders en kende een deel van de schade toe. Het hof vond dat de brief van 19 juni 2006 waarin de gebreken werden gemeld, binnen bekwame tijd was verzonden. De Hoge Raad bevestigde dit oordeel en benadrukte dat de kennisgeving binnen bekwame tijd moet worden beoordeeld aan de hand van alle omstandigheden, waarbij ook de belangen van de verkoper meewegen.
De Hoge Raad stelde vast dat de koper al in april 2006 klachten had geuit en dat de verkoper daardoor niet werd geschaad in zijn verweer. Ook was het niet onredelijk dat de koper enige tijd kreeg om de omvang en kosten van de gebreken in kaart te brengen. Het ontbreken van een formele ingebrekestelling stond de vergoeding van herstelkosten niet in de weg, omdat de verkoper niet was benadeeld. Het cassatieberoep van de verkoper werd verworpen, waarmee de aansprakelijkheid voor de gebreken en de toewijzing van schadevergoeding stand hield.
Uitkomst: Het cassatieberoep van de verkoper wordt verworpen; de koper heeft binnen bekwame tijd geklaagd en recht op schadevergoeding.