1 Als feit vastgesteld in een civiele procedure tussen belanghebbende en D (zie onderdeel 4 van deze conclusie).
2 Rechtbank Amsterdam 4 december 2008, nr. 08/263 ZW.
3 Centrale Raad van Beroep 4 augustus 2010, nr. 09/311 ZW, LJN: BN6287, RSV 2010/272, USZ 2010/311.
4 Rechtbank Rotterdam (sector civiel) 6 september 2006, rolnr. 245871/HA ZA 05-2608, LJN: BA3342.
5 Noot CvB: Rechtbank civiel zal bedoeld hebben: G. Zij kortte G af als [...]. Van een partij of begrip waarvan [...] een afkorting zou kunnen zijn, rept haar uitspraak niet.
6 Gerechtshof 's-Gravenhage (sector civiel) 17 augustus 2010, rolnr. 105.006.511/01, LJN: BR0475.
7 Koninklijk besluit van 24 december 1986, Stb. 1986, 655 (Besluit aanwijzing gevallen waarin een arbeidsverhouding als dienstbetrekking wordt beschouwd).
8 Koninklijk besluit van 23 augustus 1989, Stb. 1989, 402.
9 Kamerstukken II, 1928 - 1929, 190, nr. 3, p. 12; Wet van 14 juni 1930, Stb. 1930, 240.
10 Kamerstukken II, 1927 - 1928, 2 IV, nr. 11, p. 18.
11 Noot CvB: zie voor dit verdrag onderdeel 8 van deze conclusie.
12 Kamerstukken II, 1928 - 1929, 190, nr. 3, p. 19.
13 Kamerstukken II, 1928 - 1929, 190, nr. 3, p. 13.
14 Noot CvB: over de monsterrol, zie onderdeel 6.5 van deze conclusie.
15 Noot CvB: zie onderdeel 8 van deze conclusie.
16 Kamerstukken II, 1929 - 1930, 35, nr. 1, p. 3.
17 Handelingen Tweede Kamer 1825 - 1826, 21e zitting, 17 februari 1826, p. 164. Bij de beraadslaging waren 76 Tweede Kamerleden aanwezig. Het wetsvoorstel werd met algemene stemmen aangenomen.
18 Kamerstukken II, 1928 - 1929, 190, nr. 3, p. 12.
19 De in artikel 415, vierde lid, WvK genoemde algemene maatregel van bestuur is het Koninklijk besluit van 30 november 1967, Stb. 1967, 612.
20 De WAO (Wet van 18 februari 1966, Stb. 1966, 85) trad op 1 september 1966 in werking, zie Stb. 1966, 365.
21 Kamerstukken II, zitting 1967, 9141, nr. 3, p. 1 - 2; Wet van 20 juli 1967, Stb. 1967, 396.
22 Verdrag betreffende de arbeidsovereenkomst van schepelingen, 1926 (Verdrag nr. 22, aangenomen door de IAO in haar negende zitting gehouden op 24 juni 1926 te Genève). De tekst van het IAO-verdrag 22 en zijn vertaling zijn bekendgemaakt bij Koninklijk besluit van 2 juli 1938, Stb. 1938, 25. Voor Nederland trad dit verdrag in werking op 15 december 1937 (Trb. 1957, 157). De tekst van dit verdrag is ook te vinden via: http://www.ilo.org/ilolex/cgi-lex/convde.pl?C022
23 International Codification of the rules relating to seamen's articles of agreement, International Labour Conference, 9th Session, 1926, Questionnaire I, p. 7.
24 Questionnaire I, p. 48 - 49. Citaat zonder noten.
25 De artikelen van het IAO-verdrag 22 zijn niet in leden maar in alinea's opgedeeld. Een alinea komt kennelijk overeen met een lid.
26 Brief met kenmerk 127/104/097. De FNV herhaalde de inhoud van deze brief in haar brief aan de IAO van 30 augustus 2010 met kenmerk 67/315/07. Beide brieven zijn aan mij overgelegd door de IAO. De Nederlandse overheid heeft aan het verzoek van de IAO om op de brieven van de FNV te reageren nog geen gehoor gegeven.
27 Maritiem arbeidsverdrag, 2006 (Verdrag nr. 186, aangenomen op de 94e zitting van de Internationale Arbeidsconferentie, gehouden van 7 tot en met 23 februari 2006 te Genève). Het MAV en zijn vertaling zijn geplaatst in Trb. 2007, 93.
28 Zie voor een overzicht van de door het MAV geconsolideerde verdragen: Kamerstukken II, 2010 - 2011, 32 535 (R1923), nr. 3, p. 28 - 29.
29 Kamerstukken II, 2010 - 2011, 32 535 (R1923), nr. 3, p. 11. Zowel wetsvoorstel 32 534 (betreffende de implementatie van het MAV) als wetsvoorstel 32 535 (R1923) is door de Tweede Kamer zonder beraadslaging en zonder stemming op 1 juni 2011 aangenomen.
30 Kamerstukken II, 2010 - 2011, 32 534, nr. 3, p. 47.
31 Centrale Raad van Beroep 15 oktober 1968, nr. WW 1967/36, RSV 1968/208.
32 Centrale Raad van Beroep 19 juli 2001, nr. 99/4482, LJN AB3241, NTFR 2001/1132, RSV 2001/204, USZ 2001/256.
33 Hoge Raad (Eerste Kamer) 31 januari 2009, nr. C07/171HR, LJN BG3588, NJ 2009/71.
34 A. Schadee, Wettelijke regeling van de arbeidsovereenkomst van kapitein en schepelingen. Met toelichting van Mr A. Schadee, Rotterdam: uitgave van den Bond van Werkgevers in de Koopvaardij, november 1931, p. 11. Citaat zonder noten.
35 C.J. de Lange, De arbeidsovereenkomst voor de vaart ter zee (diss. Leiden), Alphen aan den Rijn: drukkerij C. Haasbeek 1955, p. 31 - 32. Citaat zonder noten.
36 R.P. Cleveringa, Zeerecht, Zwolle: Tjeenk Willink 1961, p. 315. Citaat zonder noten.
37 H. Schadee, Boek 8, Titel 4, Afdeling 3, De zee-arbeidsovereenkomst, Toelichting, oktober 1983, p. 5, punt 2. Deze Afdeling van Titel 4 is uiteindelijk niet in Boek 8 BW opgenomen.
38 Rapport 'Ratificatie en implementatie van het Maritiem arbeidsverdrag, 2006. Herziening van het zee-arbeidsrecht. Een eerste verkenning', Rotterdam, 23 december 2004, p. 11 - 12. Citaat zonder noten.
39 Zie Asser 6-III, Algemeen overeenkomstenrecht, punt 612.
40 De CRvB spreekt in r.o. 4.2 van zijn onderhavige uitspraak van "vaste" rechtspraak. Ik vond evenwel slechts twee uitspraken inzake de verzekeringsplicht van een kapitein.
41 R.o. 3.4 van het Vonnis (zie 4.2).
42 Verdrag van 11 september 1998 tussen het Koninkrijk der Nederlanden en de Republiek Kroatië inzake sociale zekerheid, Trb. 1998, 249.
43 Zie punt 4 van het verweerschrift in cassatie en punt 2 van de schriftelijke toelichting.