ECLI:NL:PHR:2011:BR2911
Parket bij de Hoge Raad
- Rechtspraak.nl
Niet-ontvankelijkheid in beklag tegen beslaglegging in Frankrijk bij rechtshulpverzoek
De zaak betreft een beklag van klager tegen de beslaglegging van goederen in Frankrijk, uitgevoerd naar aanleiding van een rechtshulpverzoek van de Nederlandse officier van justitie. Klager vordert teruggave van goederen en schadevergoeding wegens vermissing van goederen die zich op een zeilschip en in een zeecontainer bevonden.
De rechtbank verklaarde klager niet-ontvankelijk omdat niet was gebleken dat op de goederen daadwerkelijk beslag was gelegd in de zin van artikel 552a Sv. De Hoge Raad stelt vast dat de Franse autoriteiten het schip en de naastgelegen container hebben afgesloten en dat de goederen van klager daardoor feitelijk onder conservatoir beslag zijn komen te staan, ook al was dit niet expliciet gevraagd door de Nederlandse autoriteiten.
De Hoge Raad oordeelt dat het beklagrecht op grond van artikel 552a Sv ook geldt indien het beslag door de buitenlandse autoriteiten op eigen initiatief is gelegd in het kader van een rechtshulpverzoek. De rechtbank heeft hierdoor een onjuiste rechtsopvatting gehanteerd en de niet-ontvankelijkheidsverklaring is onbegrijpelijk. Daarom vernietigt de Hoge Raad de beschikking en verwijst de zaak terug voor inhoudelijke behandeling door het hof.
Uitkomst: De Hoge Raad vernietigt de niet-ontvankelijkheidsverklaring en verwijst de zaak terug voor inhoudelijke behandeling.