ECLI:NL:HR:2008:BC9015
Hoge Raad
- Cassatie
- G.J.M. Corstens
- J. de Hullu
- H.A.G. Splinter-van Kan
- Rechtspraak.nl
Hoge Raad bevestigt bevoegdheid Nederlandse rechter bij beklag tegen beslag in buitenland op grond van Europees aanhoudingsbevel
De zaak betreft een beklag van klager tegen de inbeslagname van een personenauto en andere goederen in Spanje, in het kader van een Europees aanhoudingsbevel op verzoek van de Nederlandse Officier van Justitie. De rechtbank Utrecht verklaarde het beklag deels niet-ontvankelijk, omdat zij oordeelde dat het beslag moet worden opgeheven op de plaats waar het is gelegd en volgens de daar geldende regels.
De Hoge Raad stelt dat deze opvatting onjuist is. Volgens artikel 552a van het Wetboek van Strafvordering kan bij de Nederlandse rechter worden geklaagd over het beslag dat in verband met een Europees aanhoudingsbevel in het buitenland is gelegd, ongeacht of het beslag is gelegd op verzoek van de Nederlandse OvJ of op initiatief van de buitenlandse autoriteiten.
De Hoge Raad vernietigt daarom het niet-ontvankelijkheidsbesluit van de rechtbank en verwijst de zaak naar het Gerechtshof Amsterdam voor herbehandeling en beslissing op het bestaande klaagschrift. Hiermee wordt bevestigd dat de Nederlandse rechter bevoegd is om te oordelen over de voortduring van het beslag in het kader van een Europees aanhoudingsbevel.
Uitkomst: De Hoge Raad vernietigt de niet-ontvankelijkverklaring van het beklag en verwijst de zaak naar het Gerechtshof Amsterdam voor herbehandeling.