ECLI:NL:PHR:2011:BR1144
Parket bij de Hoge Raad
- Rechtspraak.nl
Hoge Raad oordeelt over psychische overmacht en medeplegen in terroristische organisatiezaak
In deze zaak stond de verdachte terecht voor deelname aan een terroristische organisatie en medeplegen van voorbereidingshandelingen voor moord en doodslag met een terroristisch oogmerk. Het hof had de verdachte veroordeeld tot 74 dagen gevangenisstraf. De verdediging voerde onder meer psychische overmacht aan vanwege groepsdruk en angst.
De Hoge Raad herhaalt dat voor psychische overmacht sprake moet zijn van een van buiten komende drang waaraan de verdachte redelijkerwijs geen weerstand kon bieden. Cruciaal is dat de persoonlijkheid van de verdachte wel degelijk betrokken moet worden bij de beoordeling van de vraag of weerstand redelijkerwijs kon worden geboden. Het hof had dit onjuist beoordeeld door de groepsdynamiek buiten beschouwing te laten omdat deze samenhangt met de persoonlijkheid.
Daarnaast concludeert de Hoge Raad dat het bewijs onvoldoende is om te stellen dat de verdachte het oogmerk had om moord of doodslag met terroristisch oogmerk voor te bereiden of te bevorderen, noch dat zij nauw en bewust had samengewerkt met anderen als medepleger. Ook is geoordeeld dat verklaringen van medeverdachten niet als bewijsmiddel mogen worden gebruikt indien de zaken niet zijn gevoegd.
De Hoge Raad vernietigt het arrest van het hof en verwijst de zaak terug voor nieuwe beoordeling, waarbij de juiste maatstaven voor psychische overmacht en bewijsvoering moeten worden toegepast.
Uitkomst: Het arrest van het hof wordt vernietigd wegens onjuiste motivering omtrent psychische overmacht en onvoldoende bewijs voor medeplegen en terroristisch oogmerk.