ECLI:NL:PHR:2011:BR0448
Parket bij de Hoge Raad
- Rechtspraak.nl
Hoge Raad bevestigt uitbuitingssituatie bij mensenhandel ondanks zwakbegaafdheid verdachte
In deze zaak werd verdachte veroordeeld voor mensenhandel op grond van artikel 273f (oud) Sr. Het hof stelde vast dat verdachte het leven van het slachtoffer, die functioneert op het niveau van een 10-jarige, volledig domineerde. Verdachte maakte misbruik van diens kwetsbaarheid door hem te dwingen huishoudelijke en andere werkzaamheden te verrichten zonder reële vergoeding, en strafte hem met lijfstraffen en het laten betalen van geld bij vermeende fouten.
Het slachtoffer voelde zich psychisch en lichamelijk onder druk gezet, was bang en oververmoeid, en kon zich niet aan de situatie onttrekken. Het hof oordeelde dat dit een uitbuitingssituatie vormde, ondanks dat de werkzaamheden op zichzelf niet mensonterend waren en verdachte weinig financieel voordeel behaalde.
De Hoge Raad verwierp de cassatiemiddelen van verdachte. Het hof had terecht geoordeeld dat sprake was van uitbuiting en dat het oogmerk van uitbuiting niet bewezen hoefde te worden voor de specifieke tenlastelegging. Ook het opleggen van een schadevergoedingsmaatregel van €500 aan het slachtoffer werd als juist beoordeeld, ondanks dat het slachtoffer zich niet als benadeelde partij had gevoegd.
De Hoge Raad hield rekening met de zwakbegaafdheid en antisociale persoonlijkheidsstoornis van verdachte, maar vond dat hij in staat was de wederrechtelijkheid van zijn handelen te begrijpen. De cassatie werd verworpen.
Uitkomst: Verdachte is veroordeeld voor mensenhandel wegens uitbuiting van een verstandelijk beperkt slachtoffer en kreeg een schadevergoedingsmaatregel van €500 opgelegd.