ECLI:NL:PHR:2011:BQ9884
Parket bij de Hoge Raad
- Rechtspraak.nl
Hoge Raad bevestigt verhaal van bijstandskosten op onderhoudsplichtige ondanks betwisting draagkracht
Verzoeker is onderhoudsplichtig jegens zijn minderjarige kind en werd door de gemeente aangeslagen voor een bijdrage in de kosten van bijstand die aan het kind werd verstrekt. Ondanks verzoeken verstrekte verzoeker geen volledige financiële gegevens, waarna de gemeente een maandelijkse bijdrage van €130 oplegde. De rechtbank wees het verzoek van de gemeente toe en het hof bekrachtigde dit na hoger beroep, waarbij het hof oordeelde dat verzoeker onvoldoende inzicht gaf in zijn financiële draagkracht en onvoldoende bewijs leverde voor zijn stellingen over reeds bestaande bijdragen.
Verzoeker stelde in cassatie onder meer dat het verzoek van de gemeente niet-ontvankelijk was wegens het ontbreken van een besluit krachtens artikel 102 Awb Pro en dat het verzoekschrift niet door een bevoegd persoon was ingediend. De Hoge Raad oordeelde dat deze klachten niet ontvankelijk waren omdat zij niet in eerdere instanties waren aangevoerd of niet van openbare orde waren. Tevens wees de Hoge Raad de motiveringsklachten af, omdat het hof terecht had geoordeeld dat verzoeker onvoldoende bewijs had geleverd van zijn financiële situatie en draagkracht.
De Hoge Raad bevestigde dat de gemeente bevoegd was het verhaal van kosten van bijstand in rechte te zoeken en dat het indienen van het verzoekschrift door een door de burgemeester gemandateerde persoon rechtsgeldig was. Het cassatieberoep werd verworpen, waarmee het vonnis van het hof in stand bleef.
Uitkomst: Het cassatieberoep wordt verworpen en het vonnis van het hof blijft in stand.