ECLI:NL:PHR:2011:BQ7975
Parket bij de Hoge Raad
- Rechtspraak.nl
Hoge Raad bevestigt afwijzing voorwaardelijk getuigenverzoek in strafzaak over wederspannigheid en niet voldoen aan bevel
In deze strafzaak is verzoeker door het Hof Arnhem veroordeeld wegens het opzettelijk niet voldoen aan een wettelijk bevel en wederspannigheid. Tijdens het hoger beroep heeft de verdediging een voorwaardelijk verzoek ingediend om bepaalde getuigen te horen, waaronder de portier en eigenaar van de discotheek, en de betrokken verbalisanten. Het Hof heeft dit verzoek afgewezen met de motivering dat het onvoldoende onderbouwd was en dat er geen noodzaak was om deze getuigen te horen.
De verdediging stelde in cassatie dat het Hof ten onrechte niet is ingegaan op het verzoek om de portier en eigenaar van de discotheek te horen en dat de afwijzing van het verzoek omtrent de verbalisanten onvoldoende gemotiveerd was. De Hoge Raad oordeelt dat het Hof terecht heeft geoordeeld dat het verzoek onvoldoende onderbouwd was en dat de noodzaak tot het horen van de verbalisanten niet bleek uit het dossier. Hoewel het Hof niet expliciet op het verzoek omtrent de portier en eigenaar is ingegaan, leidt dit tot nietigheid volgens art. 330 jo Pro. 415 Sv, maar de Hoge Raad acht dit verzuim niet voldoende om het cassatieberoep te honoreren, omdat het Hof de afwijzing op dezelfde gronden had kunnen baseren.
De Hoge Raad verwerpt het cassatieberoep en bevestigt daarmee het arrest van het Hof Arnhem. De strafoplegging bestond uit een werkstraf en een voorwaardelijke jeugddetentie, met bijzondere voorwaarden waaronder toezicht door de Jeugdreclassering. De zaak benadrukt het belang van een deugdelijke motivering bij afwijzing van getuigenverzoeken en de gevolgen van nietigheid bij het nalaten daarvan.
Uitkomst: Het cassatieberoep wordt verworpen en het arrest van het Hof Arnhem bevestigd.