ECLI:NL:PHR:2011:BQ7060
Parket bij de Hoge Raad
- Rechtspraak.nl
Beoordeling onafhankelijkheid psychiater bij voortzetting machtiging psychiatrisch verblijf
In deze zaak gaat het om de vraag of de psychiater die het onderzoek verrichtte in het kader van een machtiging tot voortzetting van het verblijf van betrokkene in een psychiatrisch ziekenhuis, als onafhankelijk kan worden aangemerkt. Betrokkene verbleef op dat moment in een psychiatrisch ziekenhuis krachtens een machtiging tot voortzetting van de inbewaringstelling.
De raadsvrouwe van betrokkene voerde aan dat de psychiater die het onderzoek had verricht niet onafhankelijk was vanwege een eerdere behandelrelatie waarbij sprake was van discussie en een klachtenprocedure. De rechtbank verwierp dit verweer en verleende de machtiging voor drie maanden. Betrokkene stelde beroep in cassatie tegen deze beslissing.
De Hoge Raad bevestigde dat de maatstaf voor onafhankelijkheid niet alleen afhangt van het tijdsverloop sinds het laatste behandelcontact, maar ook van de duur en intensiteit van de behandelrelatie. Omdat het laatste contact meer dan een jaar geleden was en betrokkene geen concrete feiten had aangevoerd die de onafhankelijkheid in twijfel trokken, was de psychiater volgens de Hoge Raad onafhankelijk.
Daarnaast werd het verweer dat de geestelijke stoornis van betrokkene geen gevaar zou veroorzaken verworpen, mede omdat dit verweer steunde op het eerdere middel dat faalde. De Hoge Raad verwierp het cassatieberoep en bevestigde daarmee de machtiging tot voortzetting van het verblijf in het psychiatrisch ziekenhuis.
Uitkomst: Het cassatieberoep wordt verworpen en de machtiging tot voortzetting van het psychiatrisch verblijf blijft van kracht.