ECLI:NL:PHR:2011:BQ6562
Parket bij de Hoge Raad
- Rechtspraak.nl
Hoge Raad bevestigt bewijswaardering in zaak seksueel misbruik minderjarige
In deze zaak is verdachte door het gerechtshof te 's-Hertogenbosch veroordeeld wegens het plegen van ontuchtige handelingen met een minderjarige tussen 12 en 16 jaar. Het hof baseerde zijn oordeel op de verklaringen van het slachtoffer, die consistent en betrouwbaar werden bevonden, mede ondersteund door verklaringen van betrokkenen zoals de moeder en grootmoeder van het slachtoffer.
Verdachte voerde in hoger beroep onder meer aan dat de verklaringen van het slachtoffer onbetrouwbaar waren en mogelijk ingegeven door jaloezie of wraak. Dit verweer werd door het hof verworpen, waarbij het hof de authenticiteit en consistentie van de verklaringen benadrukte. Ook de moeder van het slachtoffer bevestigde fysiek contact tussen verdachte en het slachtoffer, hoewel zij niet bevestigde dat dit seksuele handelingen betrof.
Daarnaast werd een verzoek van de verdediging om bepaalde privacygevoelige stukken aan het dossier toe te voegen afgewezen door het hof vanwege het ontbreken van toestemming van de betrokkene. De Hoge Raad oordeelt dat dit in lijn is met het recht op privacy zoals beschermd door artikel 8 EVRM Pro.
Ten slotte constateert de Hoge Raad dat de redelijke termijn in de cassatiefase is overschreden, wat leidt tot strafvermindering. Het cassatieberoep wordt voor het overige verworpen, waarmee het arrest van het hof in stand blijft.
Uitkomst: Het arrest van het gerechtshof wordt bevestigd met strafvermindering wegens overschrijding van de redelijke termijn.