ECLI:NL:PHR:2011:BQ3878
Parket bij de Hoge Raad
- Rechtspraak.nl
Hoge Raad bevestigt rechtsgeldige opzegging tijdens ziekte en afwijzing kennelijk onredelijk ontslag
De zaak betreft een werknemer die tijdens ziekte werd opgezegd door haar werkgever. De werknemer was sinds juli 2005 ziek gemeld met klachten aan armen, schouders en nek. De werkgever bood passende werkzaamheden aan, maar de werknemer weigerde deze uit te voeren. De Centrale organisatie Werk en Inkomen verleende toestemming voor opzegging wegens een verstoorde arbeidsrelatie.
De werknemer vorderde in eerste aanleg nietigverklaring van de opzegging wegens ontslagverbod en subsidiair schadevergoeding wegens kennelijk onredelijk ontslag. Zowel de kantonrechter als het hof wezen deze vorderingen af. Het hof oordeelde dat de werknemer per 19 september 2005 in staat was de passende werkzaamheden te verrichten en dat er geen voldoende onderbouwing was voor haar stelling dat de werksituatie onwerkbaar was gemaakt door de werkgever.
De Hoge Raad bevestigt deze beoordeling en wijst het cassatieberoep van de werknemer af. Het hof heeft de bewijsmiddelen naar behoren gewogen, waaronder het deskundigenrapport en verklaringen van derden. Ook is geoordeeld dat de werkgever voldoende re-integratieverplichtingen is nagekomen en dat de gevolgen van de opzegging niet te ernstig waren in verhouding tot het belang van de werkgever.
Uitkomst: De Hoge Raad bevestigt dat de opzegging tijdens ziekte rechtsgeldig was en wijst het beroep van de werknemer af.