ECLI:NL:PHR:2011:BQ3524
Parket bij de Hoge Raad
- Rechtspraak.nl
Afwijzing vordering bank uit hoofde van contragarantie en onzorgvuldig handelen bij hypotheekaanvraag
Eiseres kocht een woning met een financieringsvoorbehoud en stelde een bankgarantie via Direktbank, die een contragarantie van haar kreeg. Zij vroeg een hypothecaire lening aan, die Direktbank na acceptatie van de offerte afwees zonder haar of haar adviseur tijdig of gemotiveerd te informeren. De levering van de woning ging niet door, en de verkoper ontbond de koopovereenkomst en claimde een boete die Direktbank uitkeerde.
Eiseres stelde dat Direktbank onzorgvuldig had gehandeld door het ongemotiveerd afwijzen van haar hypotheekaanvraag en het nalaten van communicatie over de redenen, waardoor zij schade leed. Zij vorderde schadevergoeding en stelde een tegenvordering in tegen de bankvordering uit hoofde van de contragarantie.
De rechtbank wees de schadevordering af en kende de bankvordering toe. Het hof bevestigde dit oordeel en oordeelde dat eiseres niet had bewezen dat Direktbank de reden van afwijzing had geweigerd mee te delen. Het hof achtte de handelwijze van Direktbank wel onzorgvuldig, maar onvoldoende voor toewijzing van de schadevergoeding.
De Hoge Raad concludeert dat het cassatieberoep faalt omdat eiseres onvoldoende aannemelijk heeft gemaakt dat het hof haar stellingen niet juist heeft begrepen of dat het hof onjuist heeft geoordeeld over de bewijsopdracht en de positie van de tussenpersoon. Het incidenteel cassatieberoep van Direktbank behoeft geen bespreking. Het arrest bevestigt de afwijzing van de schadevordering en de toewijzing van de bankvordering.
Uitkomst: Het cassatieberoep van eiseres wordt verworpen; de bankvordering wordt toegewezen en de schadevordering afgewezen.