ECLI:NL:PHR:2011:BQ2299
Parket bij de Hoge Raad
- Rechtspraak.nl
Ontslag bestuurder stichting geweigerd wegens gebrek aan wanbeheer en belanghebbendheid
Na het overlijden van de erflater streden zijn kinderen uit een eerste huwelijk via de rechter om het ontslag van hun stiefmoeder als bestuurder van een stichting die aandelen hield in vastgoedvennootschappen. De stichting was opgericht door de erflater en zij was benoemd tot bestuurder na diens overlijden.
De verzoekers stelden dat de stiefmoeder niet rechtsgeldig was benoemd en dat zij zich schuldig maakte aan wanbeheer, onder meer door onzorgvuldigheden bij jaarstukken en niet-marktconforme transacties. De rechtbank en het hof wezen hun verzoek af omdat zij geen direct of redelijk belang hadden als niet-certificaathouders, behalve één verzoeker die later certificaten verkreeg.
Het hof oordeelde dat de benoeming van de stiefmoeder rechtsgeldig was en dat er geen sprake was van uitgesproken onrechtmatigheid of wanbeheer. De Hoge Raad bevestigt deze oordelen en wijst klachten over motivering en het niet in behandeling nemen van verzoeken jegens andere bestuurders af. Ook is geoordeeld dat het verzoek tot wijziging van eis in hoger beroep niet toelaatbaar was wegens strijd met de goede procesorde.
De uitspraak benadrukt het belang van belanghebbendheid in procedures tot ontslag van bestuurders en bevestigt dat een langstlevende echtgenoot of stiefouder niet verplicht is zekerheid te stellen voor legitieme porties van kinderen, conform de wettelijke regeling van de wettelijke verdeling.
Uitkomst: Het verzoek tot ontslag van de stiefmoeder als bestuurder van de stichting wordt afgewezen wegens gebrek aan wanbeheer en belanghebbendheid.