ECLI:NL:HR:2011:BQ2299

Hoge Raad

Datum uitspraak
10 juni 2011
Publicatiedatum
5 april 2013
Zaaknummer
10/03147
Instantie
Hoge Raad
Type
Uitspraak
Rechtsgebied
Civiel recht
Uitkomst
Afwijzend
Procedures
  • Cassatie
Rechters
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 81 ROArt. 2:298 BWArt. 2:299 BW
Verwijzingen
5 uitgaand · 2 inkomend
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Verzoek tot ontslag van bestuurder stichting afgewezen door Hoge Raad

In deze zaak stond het verzoek tot ontslag van een bestuurder van een stichting centraal. De verzoekers hadden bij de rechtbank en het gerechtshof Amsterdam een verzoek ingediend om een bestuurder te ontslaan. Beide lagere instanties wezen het verzoek af. Vervolgens werd cassatieberoep ingesteld bij de Hoge Raad.

De Hoge Raad heeft het cassatieberoep beoordeeld en geoordeeld dat de aangevoerde klachten onvoldoende gronden bieden voor cassatie. Er waren geen rechtsvragen die in het belang van de rechtseenheid of rechtsontwikkeling beantwoord moesten worden. Daarom werd het beroep verworpen.

De Hoge Raad bevestigde daarmee de eerdere uitspraken van de rechtbank en het gerechtshof. Tevens werden de verzoekers veroordeeld in de kosten van het geding in cassatie. De uitspraak werd gedaan door vijf raadsheren, onder voorzitterschap van E.J. Numann, op 10 juni 2011.

Uitkomst: Het cassatieberoep tegen het verzoek tot ontslag van de bestuurder werd verworpen.

Uitspraak

10 juni 2011
Eerste Kamer
10/03147
EV/AS
Hoge Raad der Nederlanden
Beschikking
in de zaak van:
1. [Verzoeker 1],
wonende te [woonplaats],
2. [Verzoeker 2],
wonende te [woonplaats],
3. [Verzoekster 3],
wonende te [woonplaats],
VERZOEKERS tot cassatie,
advocaat: mr. H.J.W. Alt,
t e g e n
[Verweerster],
wonende te [woonplaats],
VERWEERSTER in cassatie,
advocaat: mr. N.T. Dempsey.
Partijen zullen hierna ook worden aangeduid als [verzoeker] c.s. en [verweerster].
1. Het geding in feitelijke instanties
Voor het verloop van het geding in feitelijke instanties verwijst de Hoge Raad naar de navolgende stukken:
a. de beschikking in de zaak 359113/HA RK 06-1015 van de rechtbank Amsterdam van 31 mei 2007;
b. de beschikking in de zaak 106.011.681/01 van het gerechtshof te Amsterdam van 20 april 2010.
De beschikking van het hof is aan deze beschikking gehecht.
2. Het geding in cassatie
Tegen de beschikking van het hof hebben [verzoeker] c.s. beroep in cassatie ingesteld. Het cassatierekest is aan deze beschikking gehecht en maakt daarvan deel uit.
[Verweerster] heeft verzocht het beroep te verwerpen.
De conclusie van de Advocaat-Generaal L. Timmerman strekt tot verwerping.
3. Beoordeling van het middel
De in het middel aangevoerde klachten kunnen niet tot cassatie leiden. Zulks behoeft, gezien art. 81 RO Pro, geen nadere motivering nu de klachten niet nopen tot beantwoording van rechtsvragen in het belang van de rechtseenheid of de rechtsontwikkeling.
4. Beslissing
De Hoge Raad:
verwerpt het beroep;
veroordeelt [verzoeker] c.s. in de kosten van het geding in cassatie, tot op deze uitspraak aan de zijde van [verweerster] begroot op € 308,38 aan verschotten en € 1.800,-- voor salaris.
Deze beschikking is gegeven door de raadsheren E.J. Numann, als voorzitter, J.C. van Oven, W.A.M. van Schendel, C.A. Streefkerk en C.E. Drion, en in het openbaar uitgesproken door de raadsheer E.J. Numann op 10 juni 2011.