ECLI:NL:PHR:2011:BQ1941
Parket bij de Hoge Raad
- Rechtspraak.nl
Vernietiging arrest hof wegens onjuiste afwijzing getuigenverzoek in hoger beroep op grond van noodzaakcriterium
De verdachte werd door het hof veroordeeld tot een gevangenisstraf van een maand wegens medeplegen van opzettelijke handelingen in strijd met de Opiumwet. In hoger beroep werd door de verdediging een verzoek ingediend om meerdere getuigen te horen, waaronder een informant die mogelijk als infiltrant had opgetreden. Het hof wees dit verzoek af omdat het grievenformulier niet de vereiste verklaring bevatte dat de raadsman daartoe bepaaldelijk was gemachtigd, en stelde dat het noodzaakcriterium niet was voldaan.
De Hoge Raad oordeelt dat het hof dit oordeel baseerde op een onjuiste grondslag. Het gebruikte formulier is een standaardformulier van de griffie dat door een justitiële autoriteit wordt aangeboden en mag worden vertrouwd dat het voldoet aan de wettelijke vereisten. Bovendien had het hof de raadsman de gelegenheid moeten geven om zijn machtiging te verduidelijken tijdens de zitting. Het hof heeft daardoor het getuigenverzoek onterecht afgewezen.
De Hoge Raad vernietigt het arrest en verwijst de zaak terug naar het hof te 's-Gravenhage voor een nieuwe beoordeling van het hoger beroep, waarbij het getuigenverzoek opnieuw moet worden gewogen. Tevens is vastgesteld dat de redelijke termijn in de cassatiefase is overschreden, hetgeen bij de strafoplegging kan worden betrokken.
Uitkomst: Het arrest van het hof wordt vernietigd en de zaak wordt terugverwezen voor hernieuwde behandeling waarbij het getuigenverzoek opnieuw wordt beoordeeld.