ECLI:NL:PHR:2011:BP9843
Parket bij de Hoge Raad
- Rechtspraak.nl
Beëindiging schuldsaneringsregeling wegens bovenmatige schulden en boedelachterstand
De zaak betreft verzoekers die onder de schuldsaneringsregeling vielen, maar waarbij de rechtbank op voordracht van de rechter-commissaris de regeling tussentijds beëindigde wegens niet-nakoming van verplichtingen en het ontstaan van bovenmatige schulden.
Verzoekers kwamen hiertegen in hoger beroep, maar het gerechtshof bevestigde de beëindiging. Vervolgens werd cassatie ingesteld bij de Hoge Raad, die zich boog over de juiste toepassing van artikel 350 lid 3 sub d van Pro de Faillissementswet (Fw) betreffende het doen of laten ontstaan van bovenmatige schulden.
De Hoge Raad oordeelde dat het hof de maatstaf correct had toegepast en dat de boedelachterstand niet als schuld in de zin van artikel 350 lid 3 sub d Fw Pro moest worden aangemerkt. Ook werd geoordeeld dat het hof terecht uitging van de standpunten van de rechter-commissaris en de bewindvoerder, en dat het cassatieberoep geen gegronde klachten bevatte.
De conclusie van de Procureur-Generaal was dan ook dat het cassatieberoep moet worden verworpen, waarmee het tussentijds beëindigen van de schuldsaneringsregeling in stand blijft.
Uitkomst: Het cassatieberoep wordt verworpen en de tussentijdse beëindiging van de schuldsaneringsregeling blijft in stand.