ECLI:NL:PHR:2011:BP8938
Parket bij de Hoge Raad
- Rechtspraak.nl
Hoge Raad over verlaagd btw-tarief voor zeilarrangementen en sportaccommodatiebegrip
In deze zaak staat centraal of de door belanghebbende georganiseerde zeilarrangementen kunnen worden belast tegen het verlaagde btw-tarief van 6%, zoals bedoeld in post b.3 van de bij de Wet op de omzetbelasting behorende tabel I en post 14 van bijlage III bij de btw-richtlijn. Belanghebbende exploiteert een zeilschool met walaccommodatie en een jachthaven waarop zij een exclusief gebruiksrecht heeft. De zeillessen vinden echter hoofdzakelijk plaats op het Q-meer, dat openbaar vaarwater is.
De Rechtbank oordeelde dat de zeilactiviteiten niet onder het verlaagde tarief vallen, terwijl het Hof het beroep van belanghebbende gegrond verklaarde en oordeelde dat sprake was van een sportaccommodatie. De Minister van Financiën stelde cassatie in tegen dit oordeel.
De Advocaat-Generaal concludeert dat het begrip sportaccommodatie strikt moet worden uitgelegd en dat het verlaagde tarief alleen van toepassing is indien de dienstverlener het recht verleent gebruik te maken van een sportaccommodatie. Omdat belanghebbende geen exclusief gebruiksrecht heeft op het openbare vaarwater, kan zij dit recht niet verlenen. De walaccommodatie en jachthaven zijn onvoldoende om de gehele zeilarrangementen onder het verlaagde tarief te brengen. De conclusie is dat het Hof onjuist heeft geoordeeld en het beroep van de Minister gegrond moet worden verklaard.
Uitkomst: De Hoge Raad verklaart het beroep van de Minister gegrond en oordeelt dat de zeilarrangementen niet onder het verlaagde btw-tarief vallen omdat geen recht op gebruik van een sportaccommodatie wordt verleend.