ECLI:NL:PHR:2011:BP6599
Parket bij de Hoge Raad
- Rechtspraak.nl
Rechtsgeldigheid buitengerechtelijke ontbinding koopovereenkomst appartementsrechten
In deze zaak staat centraal of verweerder in verzuim was toen eisers de koopovereenkomst voor twee appartementsrechten buitengerechtelijk ontbonden. De feiten betreffen een koopovereenkomst waarbij verweerder de panden kocht, terwijl er nog openstaande facturen waren voor herstelwerkzaamheden uitgevoerd door een aannemer. Verweerder had een waarborgsom gestort, maar de aannemer had de werkzaamheden stilgelegd vanwege niet-betaling van eerdere termijnen.
Eisers vorderden schadevergoeding wegens niet-levering van de panden en stelden dat verweerder tekort was geschoten. De rechtbank oordeelde dat verweerder tekort was geschoten, maar het hof stelde vast dat verweerder niet in verzuim was omdat de ingebrekestellingen niet voldeden aan de wettelijke vereisten en er onduidelijkheid bestond over de betalingsverplichtingen en communicatie tussen partijen.
De Hoge Raad bevestigt het oordeel van het hof dat verweerder niet in verzuim was en dat eisers daarom niet gerechtigd waren tot buitengerechtelijke ontbinding van de koopovereenkomst. De cassatie wordt verworpen omdat de klachten niet voldoen aan de vereisten van artikel 407 Rv Pro en onvoldoende onderbouwd zijn.
Uitkomst: De Hoge Raad verwerpt het cassatieberoep en bevestigt dat verweerder niet in verzuim was, waardoor de buitengerechtelijke ontbinding van de koopovereenkomst niet rechtsgeldig was.