ECLI:NL:PHR:2011:BP6458
Parket bij de Hoge Raad
- Rechtspraak.nl
Vernietiging arrest wegens onvoldoende bewijs daderschap bij onvergund taxivervoer
Verdachte werd door het Gerechtshof Amsterdam veroordeeld wegens het verrichten van taxivervoer zonder vergunning op 22 mei 2007 te Amsterdam. Het hof baseerde zich op verklaringen en bewijsmiddelen waaruit bleek dat personen tegen betaling waren vervoerd in een auto bestuurd door verdachte.
Verdachte betwistte niet dat hij de auto bestuurde en personen vervoerde, maar stelde dat hij niet de intentie had om onvergund taxivervoer te verrichten. De verdediging voerde aan dat verdachte slechts in de buurt reed om mensen te ontmoeten en geen geld vroeg voor het vervoer.
De Hoge Raad oordeelde dat uit de bewijsmiddelen niet kan worden afgeleid dat verdachte degene was die het onvergunde taxivervoer daadwerkelijk heeft verricht. Hierdoor ontbreekt voldoende bewijs voor het daderschap. Ook de vraag of het vervoer zonder vergunning plaatsvond behoeft geen beantwoording meer.
De Hoge Raad vernietigt het arrest van het hof en zal een passende beslissing nemen op basis van art. 440 Sv Pro. Er zijn geen gronden gevonden om ambtshalve te vernietigen.
Uitkomst: Het arrest van het hof wordt vernietigd wegens onvoldoende bewijs voor het daderschap van verdachte bij onvergund taxivervoer.