ECLI:NL:PHR:2011:BP4651
Parket bij de Hoge Raad
- Rechtspraak.nl
Vrijspraak medeplegen schending ambtsgeheim wegens onrechtmatig technisch hulpmiddel
In deze strafzaak stond de inzet van een technisch hulpmiddel centraal dat vertrouwelijke communicatie opnam in een onderzoek naar het lekken van politie-informatie aan het criminele milieu. Het hof oordeelde dat het gebruikte technische hulpmiddel niet voldeed aan de wettelijke eisen, omdat het mogelijk was om af te luisteren zonder dat de communicatie werd opgenomen, wat strijdig is met het Besluit technische hulpmiddelen bijzondere opsporingsbevoegdheden.
De verdediging stelde dat het middel onrechtmatig was ingezet en dat het bewijs dat daarmee was verkregen moest worden uitgesloten. Het hof bevestigde dit en besloot dat al het bewijs verkregen met het technische hulpmiddel van het bewijs uitgesloten moest worden. Hierdoor kon niet worden vastgesteld dat verdachte daadwerkelijk vertrouwelijke informatie had ontvangen, wat leidde tot vrijspraak van het tenlastegelegde medeplegen van schending van ambtsgeheim.
De zaak betrof twee scenario's, waarbij in beide gevallen onvoldoende wettig en overtuigend bewijs was vanwege de bewijsuitsluiting. Het hof benadrukte dat het Besluit waarborgen stelt om de betrouwbaarheid en controleerbaarheid van opnames te garanderen, en dat het technische hulpmiddel onvoldoende beveiligd was tegen manipulatie. De Hoge Raad concludeerde dat het hof een onjuiste rechtsopvatting had over de beoordeling van het technische hulpmiddel en vernietigde het arrest voor zover het de vrijspraak betrof, met terugwijzing voor hernieuwde beoordeling.
Uitkomst: Verdachte werd vrijgesproken van medeplegen schending ambtsgeheim vanwege bewijsuitsluiting van met technisch hulpmiddel opgenomen communicatie.