ECLI:NL:PHR:2011:BP3879
Parket bij de Hoge Raad
- Rechtspraak.nl
Aankoopkosten bij onmiddellijke fiscale eenheid niet aftrekbaar voor vennootschapsbelasting
De zaak betreft de vraag of aankoopkosten die een moedervennootschap heeft gemaakt voor de verwerving van aandelen in een dochtervennootschap, aftrekbaar zijn bij het bepalen van de fiscale winst wanneer de dochter onmiddellijk bij verwerving wordt gevoegd in een fiscale eenheid. De belanghebbende stelde dat door de onmiddellijke voeging er geen sprake was van een deelneming waarop de aftrekbeperking van toepassing zou zijn.
De Rechtbank oordeelde dat de verwerving en voeging niet samenvallen en dat er dus een ondeelbaar moment is waarop sprake is van een deelneming, waardoor de aankoopkosten niet aftrekbaar zijn. De belanghebbende stelde cassatieberoep in tegen dit oordeel.
De Hoge Raad concludeert dat ook bij onmiddellijke voeging de verwerving van aandelen voorafgaat aan de fiscale eenheid, zodat de deelnemingsvrijstelling en het verbod op aftrek van aankoopkosten van toepassing zijn. Zelfs als verwerving en voeging samenvallen, blijven de aankoopkosten onderdeel van de kostprijs en worden zij onzichtbaar door de fiscale consolidatie, waardoor zij niet ten laste van de winst kunnen komen. Het subsidiaire standpunt van de belanghebbende dat de aankoopkosten separaat geactiveerd en afgeschreven kunnen worden, wordt verworpen.
De Hoge Raad verklaart het cassatieberoep ongegrond en bevestigt dat aankoopkosten bij onmiddellijke fiscale eenheid niet aftrekbaar zijn. Dit oordeel strookt met de bedoeling van de wetgever en zorgt voor een gelijke fiscale behandeling van onmiddellijke en latere voeging van dochters.
Uitkomst: De Hoge Raad verklaart het cassatieberoep ongegrond en bevestigt dat aankoopkosten bij onmiddellijke fiscale eenheid niet aftrekbaar zijn.