ECLI:NL:PHR:2011:BP3838
Parket bij de Hoge Raad
- Rechtspraak.nl
Hoge Raad vernietigt bewezenverklaring schuldheling wegens onvoldoende motivering
De zaak betreft een verdachte die werd veroordeeld voor schuldheling van twee kabelhaspels, vernieling van een ruit van een arrestantenverblijf en vernieling van een raamhek bij een pand. Het hof had de verdachte veroordeeld tot een voorwaardelijke gevangenisstraf.
De Hoge Raad onderzocht vier middelen van cassatie. Het eerste middel betrof de vermeende onrechtmatige doorzoeking van de fietstassen van de verdachte en een vermeende tegenstrijdigheid in de processen-verbaal. Beide klachten werden verworpen omdat het hof aannam dat de verdachte uit vrije wil de inhoud van zijn fietstassen toonde en de bewijsmiddelen niet tegenstrijdig waren.
Het tweede middel slaagde: de Hoge Raad oordeelde dat het hof onvoldoende had gemotiveerd waarom de verdachte redelijkerwijs had moeten vermoeden dat de kabelhaspels door misdrijf waren verkregen. De verklaring van de verdachte over zijn achteraf ontstane gedachten was onvoldoende onderbouwd in het bewijs.
De derde en vierde middelen, betreffende de vernieling van de ruit en het beroep op het ontbreken van materiële wederrechtelijkheid bij het kraken van een pand, werden verworpen. De Hoge Raad vernietigde daarom het arrest uitsluitend voor het onderdeel schuldheling en verwees de zaak terug naar het hof voor hernieuwde beoordeling.
Uitkomst: De bewezenverklaring schuldheling wordt vernietigd en de zaak wordt terugverwezen voor hernieuwde beoordeling.