ECLI:NL:PHR:2011:BP1475
Parket bij de Hoge Raad
- Rechtspraak.nl
Risicoaansprakelijkheid voor schade door paard in manege bij beleringsovereenkomst
Op 29 juni 1997 liep een toen 10-jarige eiseres ernstig letsel op door een trap van een paard, dat eigendom was van verweerder maar ter belering was ondergebracht bij manegehouder A. De vraag was wie aansprakelijk was voor de schade: de eigenaar-bezitter van het paard of de manegehouder die het dier gebruikte in haar bedrijfsuitoefening.
De rechtbank en het hof oordeelden dat de aansprakelijkheid op grond van artikel 6:181 BW Pro rust op degene die het dier in de uitoefening van een bedrijf gebruikt, in dit geval de manegehouder. Dit betekent dat de eigenaar-bezitter niet aansprakelijk is op grond van artikel 6:179 BW Pro zolang het dier in het kader van de bedrijfsuitoefening wordt gebruikt. De manegehouder had het paard onder zich om het te trainen en zadelmak te maken, en werd daarvoor betaald, wat kwalificeert als gebruik in de uitoefening van een bedrijf.
De Hoge Raad bevestigt deze uitleg en wijst klachten af die stelden dat de aansprakelijkheid alleen rust op degene die het dier duurzaam en ten eigen nutte gebruikt of dat de manegehouder aansprakelijk is omdat zij bezitter is. De Hoge Raad benadrukt dat de wetgever met artikel 6:181 BW Pro de aansprakelijkheid wil concentreren bij degene die het dier in het kader van zijn bedrijf gebruikt, ook als deze niet de bezitter is, om zo het risico en de verzekeringslasten te beperken.
De Hoge Raad wijst ook op het belang van de concentratie van aansprakelijkheid en het feit dat het gebruik van het dier in het kader van een beleringsovereenkomst feitelijk een gebruik in de uitoefening van een bedrijf is, ook al ontvangt de gebruiker niet de vruchten van het dier zelf. De aansprakelijkheid van de bezitter en die van de bedrijfsmatige gebruiker sluiten elkaar uit.
Ten slotte oordeelt de Hoge Raad dat de door verzekeraars gedane voorschotten en afspraken niet leiden tot een onbeperkte aansprakelijkheid van verweerder en bevestigt dat het hof terecht heeft geoordeeld dat verweerder niet zonder meer aansprakelijk is voor de schade.
Uitkomst: De Hoge Raad bevestigt dat de aansprakelijkheid voor schade door het paard rust op de manegehouder als bedrijfsmatig gebruiker en niet op de eigenaar-bezitter.