ECLI:NL:HR:2011:BP1475
Hoge Raad
- Cassatie
- D.H. Beukenhorst
- A.M.J. van Buchem-Spapens
- A. Hammerstein
- W.A.M. van Schendel
- F.B. Bakels
- Rechtspraak.nl
Risicoaansprakelijkheid bij schade door manegepaard ondergebracht ter belering
Op 29 juli 1997 liep de toen 10-jarige eiseres ernstig letsel op door een trap van een paard genaamd Loretta, eigendom van verweerder, in een manege waar het paard tegen betaling was ondergebracht ter belering. De manege voerde het bedrijf uit waarbij het paard werd getraind en zadelmak gemaakt. De vraag was wie aansprakelijk was voor de schade: de bezitter van het paard of de manege die het dier bedrijfsmatig gebruikte.
De rechtbank wees de aansprakelijkheid toe aan verweerder op grond van een overeenkomst, maar het hof oordeelde dat op grond van artikel 6:181 BW Pro de risicoaansprakelijkheid rust op degene die het bedrijf uitoefent waarin het dier wordt gebruikt, namelijk de manege. De Hoge Raad bevestigde dit oordeel en verduidelijkte dat het niet van belang is of de bedrijfsuitoefenaar de bezitter of houder van het dier is, noch of het doel van het gebruik van het dier bijna is bereikt.
De Hoge Raad verwierp het cassatieberoep van eiseres en bevestigde dat de risicoaansprakelijkheid ingevolge artikel 6:181 BW Pro niet mede afhankelijk is van de wil of toestemming van degene die het bedrijf uitoefent. Tevens werd opgemerkt dat een derde op grond van onrechtmatige daad aansprakelijk kan zijn, maar dit raakt niet de toepassing van de risicoaansprakelijkheid uit de genoemde wetsartikelen.
De Hoge Raad veroordeelde eiseres in de kosten van het cassatiegeding en sprak het arrest uit op 1 april 2011.
Uitkomst: De Hoge Raad bevestigt dat de aansprakelijkheid voor schade door het paard rust op de manege als bedrijfsuitoefenaar en verwerpt het cassatieberoep van eiseres.